Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/228

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

leven gehad," zei hij. "Hij kent mij. Hij weet, dat ik een dappere hond ben, en dat ik blij zou zijn, als ik hoorde, dat hij een goeden dood stierf. Vertel me nu hoe.."

Hij hief den staart en den kop op, als om een fiere, finke houding aan te nemen, maar hij zonk weer neer.

"Kaar, Karr!" riep nu een menschenstem uit het bosch. De oude hond stond haastig op. "Dat is de baas, die me roept," zei hij, en ik wil hem niet laten wachten. Ik zag hem zijn geweer laden, en nu zullen wij beiden voor het laatst het bosch ingaan. Ik dank je, wilde gans. Nu weet ik alles wat ik noodig heb te weten, om tevreden den dood tegemoet te gaan."