zult nog eens het mooiste paard op het kerkplein worden, dat zul je! Mijn best beest."
HET KRUIEN VAN HET IJS.
Den volgenden dag was het mooi helder weer. Wel woei er nog een sterke wind uit het westen, maar daar waren de menschen blij om. Want nu droogden de wegen, die heelemaal geweekt waren door de hevige regens van den vorigen dag.
Vroeg in den morgen kwamen de twee kinderen uit Smaland: Asa, het ganzenhoedstertje en de kleine Mads langs den grindweg, die van Sörmland naar Närke leidde> De weg liep langs den zuidelijken oever van den Hjälmar, en de kinderen liepen naar het ijs te kijken, dat het grootste gedeelte van het meer nog bedekte.
De morgenzon goot haar helder schijnsel over het ijs, dat er niet donker en ongeredderd uitzag, zooals lente-ijs gewoonlijk doet; maar het lag daar blank en uitlokkend. Zoover ze het konden zien, was het vast en droog; het regenwater was al weer weggeloopen in gaten en spleten, of ook was het opgezogen door het ijs zelf. Ze zagen niet anders dan het prachtige ijs.
Asa, het ganzenmeisje en kleine Mads waren op weg naar het noorden, en ze konden niet laten erover te denken, hoeveel stappen zij zich konden besparen, als ze dwars over dat groote meer gingen, in plaats van eromheen te loopen. Ze wisten wel, dat voorjaarsijs gevaarlijk is, maar dit scheen nog zoo veilig. Ze konden zien, dat het aan den kant verscheiden duim dik was. Ze zagen ook, dat er een weg over heen liep, dien ze konden volgen, en de andere oever leek zoo dichtebij, dat ze dien in een uur moesten kunnen bereiken.
"Kom, laten we het probeeren," zei kleine Mads. "Als we maar goed voor ons uitkijken, dat we niet in een wak loopen, dan gaat het wel."
En zoo gingen ze op weg over het meer. 't IJs was niet heel glad, maar prettig om op te loopen. Er stond wel meer water op, dan ze dachten, en hier en daar was het ijs poreus, zoodat het water er door op en neer borrelde. Voor zulke plaatsen moest je oppassen, maar dat was gemakkelijk te doen midden op den dag, in den helderen zonneschijn. De kinderen kwamen snel en gemakkelijk vooruit, en ze spraken er over, hoe verstandig ze hadden gedaan, door over het ijs te gaan, in plaats van de wandeling over den verregenden weg voort te zetten. Toen ze een tijd lang geloopen hadden, kwamen zij in de buurt van