Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/252

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

De beer kende die heele fabriek goed. Hij had daar veel donkere nachten omheen geloopen, opgemerkt wat daar binnen gebeurde, en erover gedacht, of dat werk daar nooit eens zou ophouden. Hij had de muren met de voorpooten betast, en gewenscht dat hij zóó sterk was, dat hij het heele gebouw naar den grond zou kunnen slaan met één slag.

Hij was niet gemakkelijk te onderscheiden tegen den zwarten grond, en als hij bovendien in de schaduw van de muren bleef, liep hij geen gevaar ontdekt te worden. Nu liep hij onbevreesd tusschen de werkplaatsen door, en klauterde op een hoop slakken. Daar ging hij op de achterpooten staan, hield den jongen tusschen de voorpooten omhoog, en zei: "Probeer eens, of je in dat huis kunt zien."

Binnen in de fabriek waren ze bezig met het smelten van Bessemer-ijzer.

In een grooten, zwarten, ronden kogel, die aan den zolder hing, en met gesmolten ijzer gevuld was, persten zij een sterken luchtstroom. En als de lucht met een vreeselijk gedreun in de ijzermassa drong, sprongen daar groote zwermen vonken uit. De vonken kwamen in kwasten, in bundels, in lange trossen. Ze hadden allerlei kleuren, waren groot en klein, stoven tegen den muur en door de geheele groote ruimte. De beer liet den jongen naar dat prachtig tooneel kijken, tot het blazen voorbij was, en het roode, vloeibare, mooi lichtende staal uit den ronden kogel neerstroomde in een paar emmers. De jongen vond, wat hij daar zag, zóó overweldigend, dat hij er heelemaal van onder den indruk kwam, en bijna vergat, dat hij tusschen een paar bereklauwen gevangen zat.

De beer liet den jongen ook in de cylinderwerkplaats zien. Daar nam een arbeider een kort, dik, wit gloeiend stuk ijzer uit een oven, en stopte het onder een cylinder. Als het stuk ijzer daaronder uit kwam, was het samengedrukt en uitgetrokken. Dadelijk nam een andere arbeider het over, en stopte het onder een nog zwaarder cylinder, die het nog langer en smaller maakte.

Zoo ging het van de eene naar de andere, en werd steeds meer uitgetrokken en geperst, tot het eindelijk als een vele meters lange, roode glinsterende draad over den vloer kronkelde. Maar terwijl het eerste stuk ijzer geperst werd, was er al weer een nieuw uit den oven gehaald, en als dat een eind op weg was, kwam er een derde. En onophoudelijk slingerden zich nieuwe roode draden over den vloer, als sissende slangen. De jongen vond, dat het prachtig was het ijzer te zien, maar nog prachtiger vond hij de arbeiders, die vlug en handig de gloeiende slangen met hun tangen aanpakten, en ze onder de cylinders staken. 't Scheen voor hen een spel, met dat sissende ijzer om te gaan.

"Ik moet zeggen, dat dit hier echt mannenwerk is," dacht de jongen.