Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/272

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

scheidene meters het land in gekomen, en meer was niet noodig om de grootste opschudding teweeg te brengen.

't Is eigenaardig met het Mälermeer. Het bestaat uit louter nauwe fjords, baaien en inhammen. Nergens heeft het breede watervlakten, door den storm gezweept. Het is alsof 't voor niets dan pleiziertochten en zeiltochtjes gemaakt is, en voor vroolijke hengelpartijen. En het heeft zooveel vriendelijke, met boomen bekleede eilanden, schiereilanden en landtongen. Nergens vertoont het naakte, eenzame en verwaaide oevers. Het is, alsof het zich nooit had voorgesteld, dat het iets anders dan kasteelen, zomervilla's, landgoederen en ontspanningslokalen zou dragen. Maar misschien is het, omdat het meer er gewoonlijk zoo vriendelijk en zacht uitziet, dat er zoo'n spektakel ontstaat, als nu en dan in de lente zijn glimlach wegsterft, en het toont, dat het werkelijk gevaarlijk kan worden.

Toen het nu inderdaad tot een overstrooming scheen te komen, werden alle schuiten en platten booten, die in den winter op het land waren getrokken in haast dichtgemaakt en geteerd, om zoo gauw mogelijk in het water te kunnen worden neergelaten. De vlonders werden op 't land gezet, en de bruggen op den landweg werden versterkt. De baanwachters, die op gedeelten van de spoorlijn langs den oever moesten letten, durfden 's nachts niet slapen, maar liepen aldoor heen en weer langs de lijn.

De boeren, die hooi of dorre bladen bewaarden in schuren op de lage eilandjes, haastten zich dat aan land te brengen. De visschers namen hun fuiken en netten weg, opdat ze niet door de overstrooming zouden worden weggespoeld. Bij de ponten wemelde het van reizigers. Allen, die naar huis moesten, of op reis wilden, moesten zich haasten, om er zeker van te zijn, dat hun overtocht niet zou worden verhinderd.

In de buurt van Stockholm, waar het strand met rijen zomerhuizen bedekt is, heerschte nog de grootste drukte. De meeste villa's lagen wel zóó hoog op het strand, dat ze niet in gevaar waren, maar er waren steigers en badhuizen bij elk huis, en die moesten in veiligheid worden gebracht.

Maar 't waren niet alleen de menschen, die in zorg kwamen, omdat het Mälermeer buiten zijn oevers trad. De eenden, die hun eieren tusschen de struiken aan het strand hadden gelegd, de veldmuizen en veldratten, die aan 't strand woonden, en kleine hulpelooze jongen in het nest hadden, werden door den grootsten angst aangegrepen. Zelfs de trotsche zwanen werden ongerust, dat hun nesten en eieren zouden worden verwoest.

En al die angsten waren niet overbodig, want met ieder uur steeg het Mälermeer.

De wilgen en elzen, die aan den kant groeiden, hadden het