Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/273

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

water al tot hoog om de stammen. In de tuinen was het water gedrongen, en hield in den groentetuin huis op zijn eigen manier, en in de roggeakkers, die zoo lagen, dat het water ze kon bereiken, richtte het de grootste schade aan.

Het meer bleef stijgen, dagen achtereen. De lage weiden om het kasteel Gripsholm kwamen onder water, zoodat het groote huis niet alleen door een smalle gracht, maar door een breed water van het land was gescheiden. In Strängnäs werd de mooie wandelplaats aan het meer in een bruisenden stroom veranderd, en in Westerås bereidde men er zich op voor in een boot door de straten te moeten varen.

Van een paar elanden, die op een eilandje in 't Mälermeer hadden overnacht, werd de standplaats onder water gezet, zoodat ze naar land moesten zwemmen. Heele voorraden brandhout, massa's stokken en planken, een menigte brouwvaten en kuipen waren vlotgeraakt, en overal waren menschen in booten bezig ze uit het water te halen.

In dien moeilijken tijd gebeurde het, dat Smirre, de vos, op een dag kwam aansluipen door een berkenboschje, dat ten noorden van het Mälermeer lag. Hij liep, als gewoonlijk aan de wilde ganzen te denken en aan Duimelot, en vroeg zich af, hoe hij 't moest aanleggen, om hen te vinden, vóór hij hun spoor heelemaal had verloren.

Terwijl hij nu daar liep, en zich 't allermeest moedeloos voelde, kreeg hij Agar, de postduif, in 't oog, die was neergestreken op een berketak.

"Dat is uitstekend, dat ik je hier ontmoet, Agar," zei Smirre.

"Je kunt me misschien zeggen, waar Akka van Kebnekaise en haar troep zich nu ophoudt."

"Ja, ik weet misschien wel, waar ze zijn," zei Agar, "maar ik wil het je niet zeggen."

"Dat doet er ook niet toe," zei Smirre, "als je maar een boodschap wilt overbrengen, die ik voor hen heb. Je weet wel hoe leelijk het er nu aan het Mälermeer uitziet. Daar is een groote overstrooming, en de vele zwanen, die in de Hjälstabaai wonen, zijn bang, dat hun nesten en eieren vernield worden. Maar Dagaklar, de zwanenkoning, heeft over dien dwerg hooren spreken, die met de wilde ganzen reist, en die overal raad op weet, en hij heeft mij gestuurd om Akka te vragen, of zij met Duimelot naar de Hjälstabaai wil komen."

"Ik kan die boodschap wel overbrengen," zei Agar. "Maar ik begrijp niet, hoe die kleine dwerg de zwanen zal kunnen helpen."

"Dat begrijp ik ook niet," zei Smirre. "Maar hij kan immers van alles."

"'t Verbaast me ook, dat Dagaklar zijn boodschap door een vos stuurt," merkte Agar op.