"Ze moeten niet denken, dat ze daardoor zwanen worden," riepen ze van alle kanten.
Ze begonnen om het hardst te roepen, met hun sterke, klankvolle stemmen. 't Was niet mogelijk hun uit te leggen, dat het een tamme ganzerik was, die met de wilde ganzen meê kwam.
"'t Is zeker de ganzenkoning zelf, die meêkomt," riepen ze honend.
"'t Is toch àl te onbeschaamd!"
"'t Is geen gans. 't Is maar een tamme eend."
De groote, witte ganzerik dacht aan Akka's bevel: zich niet te storen aan wat hij ook hooren mocht. Hij zweeg, en zwom voort zoo snel hij kon, maar het hielp niet. De zwanen werden al brutaler.
"Wat is dat voor een kikker, dien hij daar op zijn rug heeft?" vroeg een van hen. "Ze denken zeker, dat we niet kunnen zien, dat het een kikker is, omdat hij als een mensch is aangekleed."
De zwanen, die zoo pas nog in goede orde gerangschikt lagen, zwommen nu rond om elkaar heen in de heftigste verwarring. Alle wilden vooruitdringen om de witte wilde gans te zien. "Die witte ganzerik daar moest zich ten minste schamen, om zich hier bij ons zwanen te komen vertoonen."
"Hij is stellig even grauw als de anderen. Hij is alleen even in een meelhoop gevlogen op een of andere boerderij."
Akka was juist tot Dagaklar doorgedrongen, en wilde hem vragen, wat voor soort hulp hij van haar begeerde, toen de koning de opschudding onder het zwanenvolk opmerkte.
"Wat gebeurt daar nu? Heb ik niet bevolen, dat ze beleefd tegen vreemden moeten zijn?" zei hij, en keek ontevreden.
Sneeuwrust, de zwanenkoningin, zwom weg om haar volk te controleeren, en Dagaklar wendde zich weer tot Akka. Toen kwam Sneeuwrust terug, en zag er heel verontwaardigd uit.
"Kun je niet maken, dat ze zwijgen?" riep de zwanenkoning haar toe.
"Daar ginds is een witte, wilde gans," antwoordde Sneeuwrust.
"Dat is immers een schande. 't Verbaast me niet, dat hun dit ergert."
"Een witte, wilde gans!" zei Dagaklar. "Dat is al te erg! Zooiets kan toch niet bestaan! Je moet verkeerd hebben gezien."
Om Maarten, den ganzerik heen, werd het gedrang al grooter. Akka en de andere wilde ganzen probeerden naar hem toe te zwemmen, maar ze werden heen en weer geduwd, en konden hem niet bereiken.
De oude zwanenkoning, die de sterkste van allen was, zette zich toen in beweging, schoof alle anderen op zij, en baande zich een weg naar den witten ganzerik. Maar toen hij wag, dat er werkelijk een witte gans was, die daar op het water lag, werd hij even boos als alle anderen. Hij blies van woede, stoof regelrecht