Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/277

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

op Maarten, den ganzerik, af, en rukte hem een paar veeren uit.

"Ik zal je leeren, wilde gans, om hier zoo toegetakeld bij de zwanen te komen!" riep hij.

"Vlieg weg, Maarten, vlieg weg!" riep Akka, want zij begreep, dat de zwanen hem alle veeren zouden uitplukken. En "Vlieg weg, vlieg weg!" riep Duimelot meê. Maar de ganzerik lag zóó vastgeklemd tusschen de zwanen, dat hij geen ruimte had om de vleugels uit te slaan. En van alle kanten strekten de zwanen hun sterke snavels uit, om hem de veeren uit te trekken.

Maarten, de ganzerik, verdedigde zich door van zich af te slaan en te bijten, zoo goed hij kon, en ook de andere wilde ganzen begonnen tegen de zwanen te vechten. Maar 't was duidelijk, hoe dit zou afgeloopen zijn, als ze niet heel onverwacht hulp hadden gekregen.

't Was een roodstaartje, dat gemerkt had, dat de wilde ganzen het te kwaad kregen bij de zwanen, en dadelijk liet hij het scherp geroep hooren, dat bij de kleine vogels gebruikelijk is, als het geldt een havik of een valk weg te jagen. Nauwelijks had hij driemaal geroepen, of alle kleine vogels uit de buurt stormden op pijlsnelle vleugels, in een groote luidruchtige zwerm, naar de Hjälstabaai. En die kleine zwakke stumpertjes vielen de zwanen aan. Zij schreeuwden hun in de ooren, zij verborgen hun het uitzicht met hun uitgespreide vleugels, ze maakten ze duizelig met hun gefladder, ze brachten hen in de war door te roepen:

"Schaam je, zwanen! Schaam je toch!"

De aanval van de kleine vogels duurde maar een paar oogenblikken, maar toen ze weg waren, en de zwanen weer tot zich zelf kwamen, zagen ze, dat de wilde ganzen waren opgevlogen, en neerdaalden aan de overzijde van de baai.



DE NIEUWE KETTINGHOND.

Dat was ten minste goed van de zwanen, dat ze, toen ze zagen dat de wilde ganzen waren ontsnapt, te trotsch waren om ze na te jagen. De wilde ganzen konden dus rustig op een bos biezen gaan staan slapen.

Wat Niels Holgersson betreft, hij had te veel honger om te kunnen slapen.

"Ik moet toch probeeren in een of ander hutje te komen, om wat eten te krijgen," dacht hij.

In die dagen, toen zooveel verschillende zaken op het meer ronddreven, was het niet moeielijk voor iemand als Niels Holgersson een vaartuig te vinden. Hij bedacht zich niet lang, sprong op een