Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/282

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

schrijftafel zitten, om voor het laatst nog zijn boeken eens in te zien.

"Ik geloof wel, dat het onnoodig is, want ik heb me zoo goed voorbereid," dacht de student, "maar ik moet maar zoo lang mogelijk werken; dan heb ik me niets te verwijten."

Hij had nog niet lang zitten werken, of er werd aan de deur geklopt, en een student kwam binnen met een dik, oud boek onder den arm. Dat was een heel ander soort student dan hij, die daar aan de schrijftafel zat. Hij was verlegen en bedremmeld, en zag er armoedig uit. 't Was iemand, die verstand van boeken had, maar ook van niets anders. Men zei van hem, dat hij heel geleerd moest zijn, maar hij was zoo bang en verlegen, dat hij nog nooit gewaagd had een tentamen te doen. Allen dachten, dat hij een "overblijver" zou worden, dat is: een student, die jaar in jaar uit in Uppsala blijft studeeren, maar waar nooit wat van terecht komt.

Nu kwam hij zijn kameraad vragen of hij een boek wou lezen, dat hij geschreven had. 't Was niet gedrukt, maar alleen met de hand geschreven.

"Je doet me een grooten dienst, als je dit eens wilt inkijken," zei hij, "en eens zien of het goed is."

De student, wien alles zoo meêliep, dacht: "Is 't nu niet waar, wat ik zeg, dat alle menschen van me houden? Daar komt nu ook die kluizenaar, die 't niet over zich heeft kunnen verkrijgen zijn werk aan iemand anders te laten zien, en wil, dat ik het beoordelen zal!"

Hij beloofde zoo gauw mogelijk het handschrift te lezen, en de andere legde het voor hem op de schrijftafel.

"Wil je er heel voorzichtig meê zijn?" zei hij. "Ik heb hier vijf jaar lang aan gewerkt, en als het wegraakt, kan ik het niet overmaken."

"Er zal hier bij mij niets aan komen," zei de student, en de ander ging heen.

De student trok het dikke boek naar zich toe.

"Ik ben benieuwd, wat hij daar heeft zitten krabbelen," zei hij.

"O zoo," De geschiedenis van de stad Uppsala." Dat klinkt nog zoo gek niet."

Nu hield die student meer van Uppsala dan van alle andere plaatsen, en hij verlangde te lezen, wat de overblijver over de stad had geschreven.

"Als ik er goed over denk," mompelde hij, "kan ik even goed zijn geschiedenis dadelijk lezen! 't Geeft toch niet, of ik tot het laatste oogenblik zit te blokken. Daar gaat het toch niet beter om, als ik eenmaal bij den professor zit."

De student ging zitten lezen en keek niet op van de papieren,