En toen had Bataki den jongen een paar woorden geleerd, die zóó sterk, en gevaarlijk waren, dat ze niet hardop gezegd kunnen worden, maar moeten worden gefluisterd, als men ze niet in vollen ernst wilde gebruiken.
"Meer dan dat is niet noodig, als je een mensch wilt worden," had Bataki eindelijk gezegd.
"Neen, dat geloof ik graag," antwoordde de jongen, "want iemand, die verlangt in mijn schoenen te staan, zal ik wel nooit ontmoeten!"
"Dat is niet zoo onmogelijk," had de raaf gezegd, en toen had hij den jongen de stad ingebracht, en hem op het dak voor een dakvenster gezet. Een lampje brandde in de kamer, het venster stond op een kier, en de jongen had daar nu al een heel poosje gestaan, en erover gedacht hoe gelukkig de student wezen moest, die daar binnen lag te slapen.
OP DE PROEF GESTELD.
De student schrikte wakker uit zij slaap, en zag, dat de lamp nog op het nachttafeltje stond te branden.
"Kijk eens, nu heb ik vergeten de lamp uit te doen," dacht hij, en richtte zich op zijn elleboog op, om de lamp neer te draaien. Maar eer hij dat kon doen, merkte hij, dat er iets bewoog op zijn schrijftafel.
De kamer was heel klein. De tafel stond niet ver van zijn bed, en hij kon die duidelijk zien, met al de boeken en papieren, den inktkoker en de photografieën, die erop stonden. Zijn spiritustoestel en 't theeblaadje had hij daar laten staan, en die zag hij ook. Maar het wonderlijkste was, dat hij even duidelijk als dat alles, een dwergje zag, dat bij het botervlootje stond, en bezig was zich een boterham te maken.
De student had zooveel beleefd den vorigen dag, dat het hem bijna onverschillig was, wat hem nu verder overkwam. Hij was niet bang of verbaasd, maar vond, dat het heel natuurlijk was, dat de dwerg was binnengekomen om een hapje te eten.
Hij ging weer liggen, zonder de lamp uit te doen, en bekeek het dwergje met halgesloten oogen. Dat was nu gaan zitten op een presse-papier, en zat daar zich heel genoegelijk te goed te doen aan de overblijfselen van het avondeten van den student. 't Was te zien, dat hij zich aan het minst niet haastte. Hij zat met de oogen te knippen, en smakte met de tong. De oude broodkorstjes en de droge stukjes kaars waren zeker zeldzame lekkernijen voor hem.