uitging, fladderden ze om me heen, zoodat ik weer terug moest keeren. Mijn vrouw smeekte me, hem vrij te laten, maar ik had me in mijn hoofd gezet, dat hij naar de Schans moest. En toen zette ik een van de poppen van de kinderen voor het venster, stopte het ventje onder in de kist, en ging heen. En de vogels dachten zeker, dat hij daar in 't venster stond, want ze lieten me heengaan zonder me te vervolgen."
"Zegt hij niets?" vroeg Klement.
"Ja, in 't begin probeerde hij de vogels te roepen, maar daar moest ik niets van hebben, en ik bond hem den mond dicht."
"Maar Asbjörn," zei Klement. "Hoe kun je zoo met hem doen? Begrijp je niet, dat hij iets bovennatuurlijks is?"
"Ik weet niet, wat hij is," zei Asbjörn kalm, "Dat moeten anderen maar uitmaken. Ik ben tevreden, als ik hem goed betaald krijg. Zeg me nu liever, wat je denkt, dat de dokter op de Schans me voor hem zou willen geven."
Klement wachtte lang met zijn antwoord. Maar hij was zóó in angst geraakt ter wille van dat dwergje. 't Was hem precies, alsof zijn moeder bij hem stond, en hem zei, dat hij toch altijd goed voor 't kleine volkje wezen moest.
"Ik weet niet, wat de dokter je betalen wil, Asbjörn," zei hij.
"Maar als je hem mij laten wilt, zal ik je twintig gulden voor hem geven."
Asbjörn zag den speelman met groote verbazing aan, toen hij die groote som noemde. Hij dacht, dat Klement meende, dat het dwergje een geheimzinnige macht bezat, en hem van dienst kon wezen. Hij was er niet zeker van, dat de dokter zulke groote verwachtingen van hem had, en zoo'n hoogen prijs zou betalen. En dus nam hij het aanbod van Klement aan.
De speelman stopte zijn nieuwen aankoop in een van zijn groote zakken, liep naar de Schans terug, en ging een van de zomerweidehutten binnen, waar geen bezoekers en geen wachters waren. Hij trok de deur achter zich dicht, haalde het dwergje voor den dag, en legde het voorzichtig op een bank. Het had de handen en voeten nog gebonden en een prop in den mond.
"Luister nu naar wat ik zeg," zei Klement. "Ik weet wel, dat volkje als jij 't niet prettig vindt, als menschen ze zien, en dat je liever op je eigen houtje rondloopt, en je eigen gang gaat. Daarom was ik van plan je vrij te laten, maar alleen, als je me belooft hier in den tuin te blijven, tot ik je permissie geef om heen te gaan. Wil je dat, knik dan driekeer met je hoofd."
Klement keek vol verwachting naar den dwerg, maar die verroerde zich niet.
"Je zult het goed hebben," zei Klement. "Ik zal elken dag eten voor je buiten zetten, en ik denk, dat je hier zooveel te doen