van het nest zitten; maar ze keek onderwijl onrustig naar alle kanten uit, want ze verwachtte ieder oogenblik, dat de oude arenden zouden thuiskomen.
"Dat is goed, dat er ten minste eindelijk iemand komt," riep het arendsjong. "Breng me dadelijk eten!"
"Nu, nu, maak niet zoo'n haast," zei Akka. "Vertel me eerst, waar je vader en moeder zijn."
"Ja, als ik dat maar wist! Ze vlogen gisteren morgen weg, en lieten me een rotsmuis achter, om van te leven, terwijl ze weg waren. Je kunt wel begrijpen, dat die al lang op is. 't Is schande, dat moeder me zoo'n honger laat lijden."
Akka begon nu te gelooven, dat de oude arenden wezenlijk waren geschoten, en ze dacht er aan, dat ze, als ze dezen jongen arend dood liet hongeren, misschien voor goed 't heele roovervolk kwijt zou zijn. Maar toch ging het haar aan 't hart een verlaten jong niet te helpen, zoo goed 't haar mogelijk was.
"Waar zit je zoo naar te turen?" zei de jonge arend. "Hoor je niet, dat ik eten wil hebben?"
Akka sloeg de vleugels uit, en daalde neer op het meertje, beneden in 't dal. Een poos later kwam ze weer naar boven in 't arendsnest, met een jonge zalm in den bek.
De jongen arend werd geweldig boos, toen zij den visch voor hem neerlei.
"Meen je, dat ik zooiets eten kan!" zei hij, schoof den visch op zij, en probeerde Akka te pikken. "Breng me een hoen of een muis, hoor je!"
Nu stak Akka den kop vooruit, en gaf den jongen arend een flinken pik in den nek.
"Ik zal je eens wat zeggen," zei de oude gans. "Als ik je eten zal geven, moet jij tevreden zijn, met wat ik je geven kan. Je vader en moeder zijn dood, zoodat zij je niet meer helpen kunnen, maar wil je hier liggen doodhongeren, terwijl je op hoenders en muizen wacht, dan zal ik je dat niet beletten."
Toen Akka dit gezegd had, vloog ze weg, en vertoonde zich pas een heele poos later weer bij het nest. De jongen arend had den visch opgegeten, en toen ze er weer een voor hem neerlegde, slokte hij dien dadelijk op hoewel 't aan hem te zien was, dat hij 't allerakeligst vond.
Akka had een zwaar werk op zich genomen. De oude arenden vertoonden zich nooit weer, en zij moest alleen het arendsjong al het eten bezorgen, wat hij noodig had. Ze gaf hem visch en kikvorschen en die kost scheen hem goed te bekomen, want hij werd groot en sterk. Hij vergat al gauw zijn ouders, en meende, dat Akka zijn echte moeder was. Akka had hem lief, alsof hij haar eigen kind was. Ze probeerde hem een goede opvoeding