Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/309

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

Toen de arend goed kon vliegen, leerde hij zich zelf visschen en kikvorschen vangen, maar al gauw begon hij daar ook over na te denken.

"Hoe komt het toch, dat ik van visschen en kikvorschen leef?" zei hij. "Dat doen de andere jongen ganzen niet.

"Dat komt, omdat ik geen ander eten had om je te geven, terwijl je boven op de rotsen woonde," zei Akka. "Maar wees er maar niet bedroefd om, je zult toch wel een flinke vogel worden."

Toen de wilde ganzen in den herfst gingen verhuizen, vloog Gorgo midden in den troep. Nog altijd beschouwde hij zich als een van hen. Maar de lucht was vol vogels, die naar het zuiden trokken, en die geraakten in groote opschudding, toen Akka zich vertoonde, met een arend in haar gevolg. De troep wilde ganzen was aanhoudend door zwermen nieuwsgierigen omringd, die luide hun verwondering te kennen gaven. Akka verzocht hun te zwijgen, maar het was niet mogelijk zóóveel rappe tongen te binden.

"Waarom noemen ze mij toch een arend?" vroeg Gorgo onophoudelijk, en werd meer en meer geprikkeld. "Zien ze dan niet, dat ik een wilde gans ben? Ik ben geen vogelverslinder, die zijnsgelijken opeet. Hoe durven ze mij zoo'n leelijken naam geven?"

Op een dag vlogen ze over een boerderij, waar veel kippen op den mesthoop liepen te pikken.

"Een arend, een arend!" riepen ze, en begonnen hard weg te loopen, om een schuilplaats te vinden. Maar Gorgo, die altijd arenden had hooren noemen als wilde boosdoeners, schoot neer op 't veld en sloeg zijn klauwen in een van de kippen.

"Ik zal je leeren, dat ik geen arend ben!" riep hij boos en pikte naar haar met den snavel.

Op hetzelfde oogenblik hoorde hij, hoe Akka hem riep hoog in de lucht, en hij kwam gehoorzaam naar boven. De wilde gans vloog op hem toe, en begon hem te tuchtigen.

"Wat doe je daar," riep ze, en pikte naar hem. "Was je misschien van plan die arme kip te verscheuren? Schaam je je niet?"

Maar toen de arend zonder verweer de bestraffing van de wilde gans aannam, steeg er een storm van gelach en spottende woorden op uit de groote vogelscharen, die hen omringden. De arend hoorde dat, en keerde zich naar Akka met boozen blik, alsof hij haar wilde aanvallen. Maar hij veranderde snel van voornemen, steeg met sterken wiekslag hoog in de lucht, steeg zoo hoog, dat geen geroep hem meer kon bereiken, en dreef daar boven rond, zoolang de wilde ganzen hem konden zien.

Drie dagen later vertoonde hij zich weer in den troep van de wilde ganzen.

"Nu weet ik wie ik ben," zei hij tegen Akka. "Omdat ik