Naar inhoud springen

Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/322

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd

man te spreken. Ik zal daar in dien dichten dennetop gaan zitten, en op je wachten."



DE NIEUWJAARSNACHT VAN DE DIEREN.

't Werk op de zomerwei was afgeloopen en 't avondeten gebruikt, maar de menschen zaten nog te praten. 't Was lang geleden, dat ze op een zomernacht in het bosch waren geweest, en 't scheen, dat ze er niet toe konden komen te gaan slapen. 't Was helder dag, en de veehoedsters waren vlijtig bezig met haar handwerkjes, maar nu en dan hieven ze 't hoofd op, zagen 't bosch in, en lachten in zichzelf.

"Ja, nu zijn we hier weer," zeiden ze, en het dorp zonk weg uit haar gedachten, en 't bosch omringde haar met zijn stillen vrede. Als ze er thuis op de hoeve aan dachten, dat ze den heelen zomer alleen in het bosch moesten wezen, konden ze bijna niet begrijpen, hoe ze dat uit moesten houden, maar zoodra ze op de zomerweide waren, voelden ze, dat ze hier toch haar besten tijd hadden.

Van een paar zomerweiden in de nabijheid waren jonge meisjes en mannen gekomen, om hen te bezoeken, zoodat er vrij veel menschen waren, die in het gras voor de kamers waren gaan zitten, maar het gesprek wilde niet recht vlotten. De knechts zouden den volgenden dag weer naar huis gaan, en de meisjes gaven hun boodschappen mee, en droegen hun groeten op voor bekenden in 't dorp. Dat was ongeveer alles, wat er gezegd werd.

Toen keek de oudste van de meisjes van haar werk op, en zei opgewekt:

"We hoeven niet zoo stil te zijn hier op de zomerwei, want we hebben hier twee, die graag wat vertellen. De eene is Klement Larsson hier naast me, en de andere Bernhard van 't Sunnanmeer, die naar den Blacksberg staat te kijken. Nu dacht ik, dat we hun moesten vragen ons een geschiedenis te vertellen, en ik beloof aan hem, die ons 't meeste boeit, den halsdoek, dien ik hier bezig ben te naaien."

Dat voorstel werd zeer toegejuicht. De twee, die tot dien wedstrijd werden opgeroepen, maakten natuurlijk eerste wat bezwaren, maar ze gaven gauw toe. Klement stelde voor, dat Bernhard beginnen zou, en die had er niets tegen. Hij kende Klement Larsson niet goed, maar hij vermoedde, dat die met een of ander oud verhaal van spoken en heksen zou aankomen, en daar hij wist, dat de menschen graag naar zoiets luisteren, scheen het hem 't verstandigste om iets dergelijks te kiezen.