Naar inhoud springen

Pagina:Leeuwarder Courant 1899 no 066.pdf/2

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

Kamerverkiezing te Veendam.

De uitslag der gisteren te Veendam gehouden verkiezing voor de Tweede Kamer is als volgt: Uitgebracht 3023 geldige stemmen. Hiervan verkregen de hooren: mr. E. A. Smidt (aftredend liberaal) 1426, J. H. Schaper (soc.-dem.) 1597 stemmen, zoodat laatstgenoemde gekozen is.
Het kiesdistrict Veendam heeft 5433 kiezers.
Bij de algemeene Kamerverkiezingen op 15 Juni 1897 in het district Veendam, dat toen 6510 kiezers telde, werd mr. E. A. Smidt bij eerste stemming gekozen. Van de 4476 uitgebrachte geldige stemmen had hij er 2326, de heer M. H. A. v. d. Valk (antir.) 1467, de heer W. P. G. Helsdingen (soc.-dem.) 465 en de heer D. R. Mansholt (protect.) 218.



Raadsheer te ’s Hertogenbosch.

Op de alphabetische aanbevelingslijst voor raadsheer in het gerechtshof te ’s Hertogenbosch zijn geplaatst, de heeren mr. Duynstee, Hanlo en jhr. mr. van Sasse van IJselt, onderscheidenlijk rechters te Maastricht, Roermond en ’s Hertogenbosch.



Zomerdienst Staatsspoorwegen.

Blijkens het eerste ontwerp voor den zomerdienst op de Staatsspoorwegen is de dienst op ’t noordernet aldus geregeld:
Groningen vertrek 5,55, 8.20, 9.03, 12.17, 3.15, 6.24, 8.03.
Leeuwarden vertrek: 5.55, 7.15, 8.53, 11.56, 3.20, 6.24, 8.20.
Zwolle aankomst: 8.29, 8.50 (van Leeuwarden), 10.— (van Groningen), 12.08, 2.35, 5.58, 8.17, 10.58.
Zooals uit deze cijfers blijkt zal de ochtendsneltrein uit Leeuwarden voortaan te 8.50 en die uit Groningen te 10.— aankomen. By het gaan naar het noorden rijden de treinen als tot dusver, alle verbonden naar Meppel om daar te splitsen.
Vertrek van Zwolle naar Meppel: 5.20, 8.30, 10.50, 1.51, 4.54, 7.36, 8.24.
De vertrek- en aankomsturen van Zwolle naar Deventer en Zutfen zijn als volgt aangegeven:
Vertrek 6.02, 7.19, 8.55, 10.07, 12.89, 1.48, 3.07, 6.05, 6.13, 8.40.
Aankomst 8.10, 10.45, 12.30, 1.39, 4.24, 5.25, 7.24, 8.10, 9.05, 10.05.
De uren van vertrek en aankomst van Zwolle naar Hengelo zijn:
Vertrek: 6.35, 9.01, 12.40, 4.30, 8.28.
Aankomst: 8.13, 9.57, 1.38, 4.49, 8.19.

(Zw. Ct.)


De economische politiek der groote staten in de 17e en 18e eeuw.

In de gehoorzaal der universiteit te Amsterdam heeft prof. mr. M. W. F. Treub het tweede gedeelte zijner aangekondigde voordracht gehouden over staathuishoudkunde.
De economische ontwikkeling der middeleeuwsche steden verbreidt zich in de 16e eeuw ook buiten de stadswallen. De handelsbetrekkingen tusschen de steden nemen toe en deze toeneming eischt regeling van het handelsverkeer door de overheid, staatsgezag. Aan een voor het geheele volk geldend recht werd behoefte gevoeld, doch niet overal zijn de omstandigheden gunstig voor deze nieuwe richting.
De Staten-Generaal hadden geen gezag uit zich zelven, werden beheerscht door de invloedrijke provinciën, door Holland in de eerste plaats. Bij ons bezitten te dien tijde feitelijk de groote koopsteden de hoogste macht. De republiek der vereenigde Nederlanden is in zijn wezen slechts een bond van steden. Deze staat van zaken leidt tot een economische politiek, gericht naar het eigenbelang der machtige steden.
Elders herstelt zich het centraal gezag onder gunstige omstandigheden en onder den vorm van consolidatie van het economisch leven ter verhooging van de nationale welvaart en ter ontwikkeling van nationale industrie. In Engeland is de macht der Kroon na Willem den Veroveraar feitelijk nimmer geheel te niet gedaan. In de 13e en 14e eeuw gaan van de Kroon reeds maatregelen uit tot bevordering der volkswelvaart. In Frankrijk kan het centraal gezag zich eerst krachtig doen gelden nadat de strijd met den hertog van Bourgondië tot diens nadeel is beslecht. En Duitschland eindelijk kent eerst in onzen tijd een centraal rijksgezag.
De welvaartspolitiek der 17e en 18e eeuw is te beschouwen als de logische voortzetting der economische politiek der middeneeuwen. Van grooten invloed op deze ontwikkeling zijn geweest de ontdekking van Amerika en de opening van een zeeweg naar Oost-Indië.
De markt der Oostersche waren is van de Italiaansche steden, die verzuimen de bakens met het getij te verzetten, verplaatst naar de havens der zeevarende volken. Amerika geeft nieuwe producten en oud product in ongekende hoeveelheden. Ook geeft het veel edel metaal, zilver, dat tot geld wordt gemunt. De groote staten toonen de zucht tot het invoeren van veel zilver en tot behoud van dit metaal.
De behoefte aan veel geld binnenslands wordt in tweeërlei zin gevoeld. Het toenemend handelsverkeer heeft ruilmiddelen noodig; en ook brengt de economische politiek mede, dat de schatkist gevuld worde en blijve; immers men bestrijdt den nabuur met huurlegers. Amerika en Oost-Indië zijn niet alleen bronnen van invoer, maar geven ook een groot gebied tot afzet van nijverheidsartikelen.
Gelijk vroeger de steden het platteland dwongen tot haar bloei mede te werken, wordt het er nu op aangelegd, dat de kolonie het moederland zal spekken en geen schade zal gaan berokkenen aan de nijverheid; vandaar het bijna algemeen verbod van fabrieksnijverheid in de kolonie.
Een der merkwaardigste uitingen der egoïstische politiek der O.-Ind. compagnie was wel de verwoesting van vele nagelbosschen om daling van den prijs van het artikel te voorkomen , waarmede echter een deel der inlandsche bevolking van haar bestaansmiddel werd beroofd.
Er is nog een punt van analogie met de politiek der middeleeuwsche steden aan te wijzen. De handelsmonopolies der 17e en 18e eeuw zijn te vergelijken met de gilden der middeleeuwsche steden. De concurrentie lokte de scherpste ordonnantiën uit.
De Staten-Generaal verboden in 1607 aan alle Nederlanders op Indië te varen dan in dienst der Compagnie. Ook binnenlandsche monopolies werden verleend, de voorloopers onzer moderne rings, kartellen on trusts.
Vooral in Frankrijk wordt in het begin der 17e eeuw de nationale nijverheid van overheidswege begunstigd onder de regeering van Hendrik IV, door Lodewijk XIV een halve eeuw later consequent doorgezet. Minister Colbert neemt de slagboomen van binnenlandsche tolliniën weg, richt „manufactures-royales” op en onderwerpt alle nijverheidsproduct aan toezicht der stedelijke overheid en keur.
In 1667 gaat hij te ver en verdriedubbelt de tarieven, maar wordt gedwongen, bij den vrede te Nijmegen, op dien weg terug te keeren tot het tarief van 1664. De welvaart, door Colbert’s stelsel verkregen, is echter niet van langen duur geweest. De heerschzucht van Lodewijk XIV putte het land uit. En later verzuimde Frankrijk het stelsel voor de eischen van nieuwere tijden te wijzigen.
Niet alzoo Engeland. Ook Engeland past in het begin der 17e eeuw de mercantilistische politiek toe, maar werpt later de krukken weg, als het gevoelt op eigen beenen te kunnen staan.
In ons land is de mercantilistische politiek der 17e en 18e eeuw nimmer tot haar volle recht gekomen. Velen hebben onze voorvaderen deswege geprezen als vrijhandelaren.
Maar spreker vraagt, of hun blik waarlijk wel zoo „ruim” is geweest. Waren de Nederlanders der 17de en 18de eeuw vrijhandelaren? Men denke aan de O.-I. Compagnie! Bij ons kwam het mercantilisme niet tot zoo hoogen trap van ontwikkeling omdat het stedenbelang bleef domineeren? Alleen voor zooveel de plattelandsnijverheid geen schade toebracht aan het gedoe der groote steden, stonden deze toe haar te helpen en te beschermen. Onze economische politiek dier tijden was er eene van plat eigenbelang, puur egoïsme.
Misschien zou door een minder eenzijdige economische politiek ons land in zijn geheel beter gebaat zijn geweest en is het aan den „ruimen blik” onzer voorvaderen voor een goed deel te wijten, dat wij heden ten dage nog eene nationale industrie, welke de vergelijking met die van andere volken zou kunnen doorstaan, missen.
Trouwens de geschiedenis der laatste tientallen jaren bewijst de taaiheid van het mercantilistisch stelsel en geeft ons eene navolging te zien der economische politiek van de groote Europeesche staten der 17e en 18e eeuw.



Leerplicht.

De ruiterlijke houding, door minister Borgesius in zijn toelichting tot het gewijzigd ontwerp van leerplicht aangenomen, wordt door Het Centrum zeer op prijs gesteld. Het blad doet zijn lezers met een uittreksel van dit stuk kennis maken en voegt er aan toe, dat tegenover den Minister geen achterdocht past, welke krenkend is voor een eerlijk man in een eerlijk debat.
Ook vestigt het blad de aandacht op ’t volgende:
„Het ontwerp van den leerplicht belooft ons een stap nader te brengen tot het groote doel: gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Nimmer waren de uitzichten daarop zoo groot, als thans. Leerplicht zal, naar de herhaalde verzekering des Ministers, niet mogelijk zijn zonder dat de positie onzer school van overheidswege worde versterkt en daardoor vaster geankerd in onze wetgeving. Zoodat ten slotte de voorgestelde hervorming niet slechts duizenden verwaarloosde kinderen, maar ook aan de bijzondere school zelve kan ten goede komen.
„Ons dunkt, dat deze zijde van het vraagstuk tot dusver te veel uit het oog werd verloren. En toch staat het vast, dat de zaak, van dezen kant bezien, iets anders en beters verdient, dan Nurks-achtige aanmerkingen, booze veronderstellingen en een oppositie, welke maar al te zeer aan obstructionisme doet denken.”



Ongevallenwet.

Ook de vereeniging van Beetwortelsuikerfabrikanten in Nederland heeft zich met een adres tot de Tweede Kamer gewend, verzoekende dat in zake verzekering tegen ongevallen, in dezen de Staat zich bepale tot het geven van gebiedende voorschriften en zich onthoude van het instellen eener Rijks-verzekeringsbank.



Rijwielententoonstelling.

In het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam is gisteren middag door den heor E. Bergsma, voorzitter van den A. N. Wielrijdersbond, de tentoonstelling van rijwielen en automobielen, der Nederlandsche vereeniging de rijwielindustrie geopend.
De heer Bergsma gaf in zijne openingsrede een ruime plaats aan het in dezen tijd ook in ons land zich baanbrekend automobilisme. Hij schatte het voordeel, dat de vondst van dit nieuwe vervoermiddel, in menig opzicht nauw verwant aan het rijwiel, voor de industrie zal opleveren, zeer hoog. De motorwagen, zeide hij, kan voorloopig slechts worden aangeschaft door vermogende particulieren, maatschappijen of gemeentebesturen. De automobiel-industrie is derhalve verzekerd van eene solide clientèle en zal geen last hebben van zoogenaamde amateur-handelaars, welke de rijwielindustrie benadeelen. Deze laatste leed in het vorig jaar, door allerlei oorzaken, onder zekeren stilstand. De spreker beschouwde dien tegenspoed echter als van voorbijgaanden aard. Hij heeft goed vertrouwen in het rijwiel naast den motorwagen, en gelooft dat de rijwielenindustrie haar hoogste triomfen nog bijlang niet gevierd en nog een goede toekomst voor zich heeft. Van dit vertrouwen in de toekomst gaf, meende hij, ook deze tentoonstelling blijk, welke op zoo goede wijze koopers en verkoopers tot elkander brengt.
De lijst der inzenders bevat 68 namen.



Landbouw-onderwijs.

De heer J. Bosch Bruist te Nieuwleusen heeft aan de Tweede Kamer een adres gezonden, met verzoek om bij de behandeling van het wetsontwerp op den leerplicht het daarheen te leiden, dat het landbouw-onderwijs ten plattenlande als verplicht vak worde opgenomen bij het herhalings-onderwijs, met vaststelling tevens van de geldelijke bijdrage door het Rijk voor een en ander te verleenen.



Vredesconferentie.

De Berlijnsche correspondent van de Magdeburgische Ztg. meldt aan zijn blad:
„Het bericht dat staatssecretaris von Bülow als vertegenwoordiger van de Duitsche regeering aan de vredesconferentie deelneemt, is natuurlijk een verzinsel. De Duitsche vertegonwoordigers zijn nog niet bonoemd, omdat nog geen officieele uitnoodiging tot de conferentie hier ontvangen is.”
Volgens de Globe heeft president Mac Kinley tot vertegenwoordigers van de Vereenigde Staten op de Haagsche conferentie aangewezen de heeren White, Amerikaansch gezant te Berlijn, en Tower, Amerikaansch gezant te Petersburg.
In de Reviews deelt Stead mede, dat wegens de bespoediging van de vredesconferontie, de vredeskruistocht is uitgesteld, daar men niet tijdig kon klaarkomen met de voorbereiding. Het eenige wat nu te doen staat, zegt hij, is het maken van de aanstalten voor de (Engelsche) nationale bijeenkomsten op 21 Maart. Hij hoopt dat het volgend jaar het denkbeeld van den kruistocht tot uitvoering zal kunnen komen, misschien in Parijs, tijdens de tentoonstelling.



Navordering van vermogensbelasting.

Over het door de regeering ingediend voorstel tot navordering van te weinig betaalde vermogensbelasting schrijft het Utrechtsch Dagblad o. a. het volgende:
Dit is nu met een machtig talent bedacht; maar komt toch in de praktijk op groote ergernis en, laat het ons gerustelijk zeggen, op gruwelijke hardheid neer.
Is het niet een moment van groote ethische kracht, de nagedachtenis van een overledene in eere te houden?
Heeft niet de strafwet zelf gezegd, dat het recht tot strafvordering vervalt met den dood van den verdachte, en zal nu de fiscus zijne grijpende vingeren nog uitstrekken tot over het graf?
Is het niet een gruwel, indien de koud tegenover de weduwen en weezen staande belasting-ambtenaren den overledene brandmerken als falsaris, die onder de aarde ligt en zich niet meer verdedigen kan?
Nu mijn ontwerp is ingediend, zegt de minister triomfantelijk, kan ieder zich praepareren op wat hem na zijn dood van den fiscus te wachten staat en kan hij zorgen, dat zijne nagelaten betrekkingen materieel vinden, om zijn verdediging te voeren. Maar kan men dan alles voorzien, elke bewering, die later na uw dood gedaan zal worden, hoe onjuist of onredelijk ook?
De fiscus zal den overledene in zijn graf aanslaan en op zijn nabestaanden zal dan de bewijslast drukken, dat die aanslag te hoog was. Slagen zij niet, in dit bewijs, zelfs de raad van beroep zal den aanslag niet mogen verlagen. Zelfs de raad van beroep wordt dus teruggedrongen van zijn plaats als hoogste instantie en aan den fiscus het heft in handen gegeven. De minister noemt dat nog mild. Wij zouden veeleer voor het tegendeel een parlementair woord willen vinden.
Verder betoogt het blad, dat voor „onjuiste aangifte” heel wat zal worden uitgekreten, dat deze qualificatie in het geheel niet verdiende.
Het blad is van oordeel, dat het ontwerp strijdt tegen ons Hollandsch nationaal karakter en niet moet aangenomen worden.



Immigratie uit Ned.-Indië.

De gouverneur van Suriname heeft een nota ingezonden, naar aanleiding van het eindverslag der commissie van rapporteurs over de ontwerp-verordening, waarbij de gewijzigde verordening betreffende het immigratiefonds van toepassing wordt verklaard op het verschepingsseizoen 1899/1900.
De opmerking in het eindverslag gemaakt, dat de aanvoerkosten van Nederlandsch-Indische immigranten tot nu aan het immigratiefonds aanmerkelijk hooger te staan komen dan die van Britsch-Indische immigranten, acht de gouverneur juist. Zeer waarschijnlijk zal echter het totaal der aanvragen op den duur niet zonder invloed blijken te zijn op het gemiddelde bedrag, waarop per volwassene de aanvoerkosten komen te staan.
Dat de redenen, waarom de aanvoer uit Java zooveel hooger te staan komt dan die uit Britsch-Indië, in hoofdzaak zouden zijn toe te schrijven aan de hoogere aanwervingskosten op Java, is, meent de gouverneur, niet geheel en al juist. Het groote verschil in de aanvoerkosten is hoofdzakelijk gelegen in de passagekosten. Neemt men toch als eenheid voor evengenoemde kosten voor de Britsch-Indische immigranten een vracht aan van £ 10 st. per adult, dan komt, waar de vracht via Amsterdam ƒ 175 bedraagt, reeds alleen uit dien hoofde de Nederlandsch-Indische immigrant op ± ƒ 55 meer te staan dan de Britsch-Indische.
Met de betrokken stoomvaartmaatschappijen, die het vervoer via Amsterdam effectueeren, is door het immigratie-departement in correspondentie getreden omtrent de mogelijkheid van eene verlaging van het vrachtcijfer. Ook bij de factory der Nederlandsche Handelmaatschappij te Batavia, onzen emigratieagent op Java, die, zooals bekend, geheel belangloos zich met die functie heeft willen belasten, is hetgeen gedaan zou kunnen worden om de aanvoerkosten tot een minimum te reduceeren, aan de orde gesteld, terwijl bovendien in andere opzichten naar dit doel gestreefd wordt.
De gouverneur hoopt, dat het resultaat van een en ander er toe zal kunnen leiden, dat het bedrag waarop, ingevolge art. 7 der immigratiefondsverordening, de kosten van aanvoer jaarlijks moeten worden vastgesteld en waarop voor de immigratie uit Nederlansch-Indië die kosten tot nu toe worden bepaald, voor een volgend verschepingsseizoen niet zal behoeven te worden verhoogd.



De moord te Berkel.

Omtrent den bekenden moord te Berkel is door den subst.-officier van justitie te ’s Gravenhage mr. P. A. J. van den Brandeler, de volgende bekendmaking openbaar gemaakt:
In den avond van 16 Januari 1899 werden Machiel Ripping en diens huishoudster Gerritje Vrielink in hunne woning te Berkel van het leven beroofd, waarna de in de woning aanwezige effecten werden gestolen.
Een der familieleden van eerstgenoemden verslagene heeft bij den officier van justitie te ’s Gravenhage ƒ 1000 beschikbaar gesteld, om afgedragen te worden aan dengene, die aan de justitie zoodanige gegevens zal verstrekken, welke tot de ontdekking en veroordeeling van de schuldigen zullen leiden.



Benoemd tot vader en moeder in het armenhuis der Ned. Herv. gem. te Dalfsen J. A. van der Veen en echtgenoote.



Ofschoon men na de verwerping der verhooging van het subsidie voor de Parijsche tentoonstelling door de Tweede Kamer vreesde, dat de inzending der topographische kaarten enz. van de topographische inrichting van het departement van Oorlog niet zou geschieden, verneemt de N. R. Ct. uit goede bron, dat die inzending toch zal plaats hebben. Aan genoemde inrichting is men druk bezig met alles daarvoor in gereedheid te brengen, ten einde Nederland op dat gebied waardig te vertegenwoordigen.



De winkelier van de Wijgaard, uit Rosendaal, heeft gisteren bekend zijn huis tweemalen in brand te hebben gestoken.



Te Katwijk aan Zee is een man, die er zijn werk van maakte in het duin konijnen uit te graven, onder het instortend duin geraakt en daaruit eenigen tijd later levenloos opgegraven.



Te Oud-Gastel (N.-B.) kocht onlangs iemand een bouwvallig huisje. Bij het afbreken vond men, onder den plavuizen vloer, een aarden pot met oude gouden munten, waarvoor een kenner dadelijk ƒ 1500 bood.



Uit 42 sollicitanten werd gisteren in het verkooplokaal te Scheveningen door de permanente commissie der reederij de verloting gehouden voor het baantje van omroeper of vischklinker. De gelukkige, door het lot aangewezen, was schipper Gerrit Bal, van den reeder A. de Niet. De man is nu nog op zee; een plaatsvervanger had voor hem geloot. Om naar dit postje mede te dingen moet men schipper van een logger of bom zijn of geweest zijn en tusschen de 55 en 65 jaar oud.



Buitenlandsche Berichten.

Noem mij uw vrienden, en ik zal u zeggen wie gij zijt. Als er tegenwoordig in de politieke wereld iemand is, die zich niet kan laten voorstaan op zijn vrienden, dan is het keizer Wilhelm. Van den zomer was Wilhelm bijzonder intiem met Abdoel Hamed, thans loopt hij arm in arm met Rhodes. Het laatste verwondert niet meer na het eerste.
Het schijnt intusschen, dat Rhodes en de keizer het wel samen vinden kunnen. Over den spoorweg van Caïro naar Kaapstad begint men het eens te worden. Van beide zijden doet men iets. Een strook grond afstaan langs het Tanganjikameer, wil Duitschland niet, maar het zal zelf een verbindingslijn door zijn gebied leggen, terwijl een nauwer verdrag tusschen Engeland en Duitschland het gevolg zal zijn.
De Duitsche pers laat wel doorschemeren, dat dit alles geen goeds voor de Boeren beteekent, maar volgens de Kreuz Ztg. zou het ook een dwaasheid zijn, te ijveren voor de belangen der Boeren, als waren het Duitschers. De Duitschers vinden hun eigenbelang elders.
Heel edel is die Duitsche politiek ook al niet.



Uit het land, waar de citroenen bloeien. De Spaansche regentes heeft een decreet geteekend, waarin de ontbinding van de Kamers wordt bevolen, en verkiezingen voor nieuwe Kamers worden uitgeschreven, en tevens een besluit tot uitbetaling van de achterstallige soldijen aan in het vaderland teruggekeerde strijders wordt uitgevaardigd.
In het ministerie van Financiën wordt koortsachtig gewerkt aan de voorstellen tot regeling van het geldwezen en aan het begrootingsontwerp, ten einde alles gereed te hebben vóór de opening der nieuwe Cortes. Voor zeker geldt, dat een rentebelasting zal worden voorgesteld.
De Spaansche regeering heeft een groote leening gesloten bij het bankiershuis Urquoqo. De betaling van de Aprilcoupon van de Cubaansche schuld is verzekerd.



Komt Dreyfus weer voor een krijgsraad? De onlangs afgekondigde wet, volgens welke het Hof van Cassatie in zijn geheel over een revisie oordeelt, als de strafkamer zelf een onderzoek heeft ingesteld, heeft tevens bepaald, dat als het geheele Hof alsdan grond vindt voor revisie, steeds de zaak moet terugwijzen naar een zelfde soort van rechter als die het eerste vonnis heeft gewezen. Zal dus Dreyfus, als het Hof reden vindt tot revisie, weder voor een krijgsraad moeten verschijnen?
Neen, antwoordt het Senaatslid Thézard, die vroeger deken is geweest van de rechtsgeleerde faculteit te Poitiers. Want het wetboek van strafvordering bepaalt tevens, dat geen verwijzing plaats mag hebben, wanneer niet opnieuw een mondelinge behandeling der zaak kan plaats hebben ten opzichte van alle partijen.
Indien dus het Hof van Cassatie tot het besluit komt, dat vermoedelijk Dreyfus niet schuldig is aan hoogverraad, maar wel Esterhazy, dan mag geen verwijzing plaats hebben. Want Esterhazy heeft reeds voor een krijgsraad terecht gestaan als verdacht het borderel te hebben geschreven. Maar hij is — hoe dan ook — vrijgesproken on kan niet nogmaals voor dit feit worden vervolgd. In dit geval is geen nieuwe behandeling tegen alle partijen mogelijk en zal het Hof van Cassatie enkel het vonnis, waarbij Dreyfus is veroordeeld, hebben te vernietigen zonder verwijzing naar een nieuwen krijgsraad, evenals het geval zou wezen als het Hof oordeelt dat een ten laste gelegd feit niet strafbaar is.



Oostenrijksche moeilijkheden. De nieuwe taalverordening voor Boheme moet reeds in groote trekken gereed zijn; de bekendmaking zal echter in geen geval geschieden vóór de sluiting van den Landdag. Ook wil de Regeering de openbaarmaking van de nationaal-politieke eischen der Duitschers afwachten.
Er is nog geen beslissing gonomen over de bijeenroeping van den Rijksraad. Er zijn verschillende aanwijzingen, dat de Regeering bij haar voornemen blijft de overeenkomst met