Naar inhoud springen

Pagina:Leydse Courant 1819 no 110.pdf/1

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
Ao. 1819


LEYDSE


MAANDAG

No. 110.


COURANT.


DEN 5 SEPTEMBER.

ITALIEN.

ROMEN den 24 Augustus. In het op gister door Z. Heil. gehouden Consistorie, heeft dezelve aan de Cardinalen kennis gegeven van den toeſtand der onderhandelingen met het Fransch Miniſterie. De aanſpraak van den Paus heeft volkomen bevestigd, hetgeen ik u, in mijn brief van den 23, wegens den loop dezer onderhandelingen had gemeld; alsmede wegens de voorwendsels, door het Fransch Miniſterie op den voorgrond geſteld, en de door den Paus gekozen partij, om, bij gebrek aan beter den proviſionelen maatregel aan te nemen, tot welken uwe Ministers alle verzekeringen en wenſchelijke beloften, tot verkwisters toe, gegeven hebben.
Wat hier ook van zij, de Paus, toegevende aan de bedenking omtrent den kommerlijken toeſtand der financien van Frankrijk door het Fransch Miniſterie ſteeds geopperd, veroorlooft het proviſioneel ſchorſen van de uitvoering der jongſte Bulle van de circumſcriptie der Bisdommen van de Kerk in Frankrijk, verkondigt eene vermindering in het getal van 92 Bisſchoppelijke Zetelsten, ten gevolge van het Concordaat van 1817 daargeſteld, en eene nieuwe circumſcriptie; in afwachting dat zulks geſchiede, wil Z. Heil., dat de benoemde titularisſen tot de Zetels van het Concordaat van 1801, die reeds van Bullen van aanſtelling voorzien zijn, bezit van hunne Bisdommen nemen, en die onmiddelijk beſturen, proviſioneel door brieven, in den vorm van Bullen; deze Bisdommen binnen dezelfde grenzen, en in hetzelfde rechtsgebied brengende van het Aartsbisdom, mitsgaders der Onder-Bisdommen, die vóór het Concordaat van 1817 beſtonden.
De Heil. Vader wil ook, dat, tot aan de aanſtaande circumſcriptie, de titularisſen van nieuwe Zetels zich onthouden, om gebruik te maken van de regten, welke de bij hen ontvangen canonieke inſtelling hun geven[1]. Het uitdrukkelijk voornemen van den Paus zijnde, het Concordaat van 1817, door de nieuwe te doene circumſcriptie gewijzigd te behouden, en de uitvoering van hetzelve te bevorderen, zoo heeft de Koning beloofd, zoo ſpoedig mogelijk, dezen proviſionelen en voorloopigen ſtaat der Gallicaanſche Kerk te doen ophouden, om over te gaan tot de overeengekomen oprigting der nieuwe Zetels, en de reeds verordende titularisſen in dezelve te doen huldigen. Avignon, eene oude bezitting van den Heil. Stoel, behoudt den titel van Aartsbisdom, krachtens het Concordaat van 1817 opgerigt. Ingeval van vacature van den tegenwoordigen titularis, zal hetzelve niet dan door de Vicarisſen van het Domcapittel beſtuurd worden, of door een beſtuurder, Bisſchop in partibus infidelium zijnde, tot dat de nieuwe circumſcriptie deze Stad tot Aartsbisſchoppelijke Stad zal verheffen.
In hetzelfde Conſiſtorie heeft de Paus de Bisſchoppen, tot de vacante Zetels van de circumſcriptie van 1801, te weten: Vannes, Valence, Straatsburg, Saint-Brieux, Orleans en Saint-Flour benoemd, gepreconiſeerd.
Uit deze proviſionele bepalingen volgt, dat, van de eene zijde, de Paus het regt van zijn Concordaat van 1817 handhaaft, en dat, van de andere zijde, het Fransch Gouvernement zich wezenlijk aan het Concordaat van 1801 houdt.


  1. De vrijheden der Gallicaanſche Kerk (zegt het Journal de Debats, hetwelk dezen Brief uit Romen mededeeld) ſchijnen te ſtrijden met deze ſchorsſing der uitoeffening van een Canoniek en wettig vastgeſteld regtsgebied. Zouden onze Ministers het onderwijs der vier artijkelen (bevattende de bovengemelde vrijheden) aan alle Profesſoren van Seminarien en Univerſiteiten gelasten, om dezelve in ’t vervolg met voeten te treden?

DUITSCHLAND.

WEENEN den 30 Augustus. Z. M. de Keizer heeft aan zijnen Broeder den Aarts-Hertog Rudolf, Aarts-Bisſchop van Olmutz, de St. Stephanus-Orde vereerd. Die Prelaat zal het huwelijk inzegenen van Zijner Majeſteits Dochter, de Aarts-Hertogin Carolina, met den Prins Fredeiik van Saxen, hetwelk men zegt dat den 11 September zal plaats grijpen, en waarbij die Prins zal vertegenwoordigd worden door Haren Oom, den Aarts-Hertog Karel, zullende de overgave der Prinſes te Culm geſchieden, door den Landgraaf van Furſtemberg, in hoedanigheid van buitengewoon Ambasſadeur.

DRESDEN den 31 Augustus. Voorleden Donderdag was er ſchoon familie-feest in den tuin van Prins Maximiliaan, des Konings Broeder. Den volgenden avond zijn Hunne Majeſteiten van Pilnitz aangekomen, en den 28 dezer des avonds heeft de Bisſchop van Pellen het huwelijk ingezegend van de Prinſes Maria Joſepha, Dochter van den Prins Maximiliaan, geboren den 6 December 1803, met Ferdinand VII. Koning van Spanjen, in wiens naam zij door Z M. den Koning getrouwd is, waarna H. H. M. M. in familie hebben geſoupeerd. Eergister was er groot cirkel ten hove, en heeft de nieuwe Koningin van Spanjen de gelukwenſchingen ontvangenen, is gister ochtend, na het ontbijt met Hunne Majeſteiten, onder ſalvo’s van ’t geſchut en ’t gelui der klokken naar Spanjen vertrokken.

BAREUTH den 3 September. De nieuwe Koningin van Spanjen is gister hier door gekomen, na nachtverblijf te Plauen te hebben genomen, en werd hier zeer aangenaam verrast met een bezoek der Hertogin Douarière van Tweebrugge, hare Tante, en na met dezelve te hebben ontbeten is H. M. dezen ochtend naar Bamberg vertrokken, om aldaar nachtrust te houden, zullende morgen naar Wurtzburg gaan, en aldaar een dag vertoeven. Zij wordt op hare reize vergezeld door den Marquis de Ceralbo, buitengewoon Ambasſadeur van Spanjen, die Hare hand heeft gevraagd. Hij vertrok dezen ochtend eenige uren voor H. M. naar Bamberg. Heden komt zij te Heidelberg, en zal vervolgens de reize nemen op Straatsburg, Beſançon, Lyon, Marſeille en Baijonne, enz., zullende dus niet door Francfort noch Parijs pasſeeren. H. M. zal te Irun, op de grenzen van Spanjen, worden overgegeven. Haar gevolg beſtaat uit den Groot Kamerling Baron van Friesſen, Commisſaris des Konings van Saxen, de Grootmeesteres Baronnes van Tumpling, twee andere Baronnesſen, Staat-Dames, den Marquis Pratti, den Raad van Gezantſchap Biederman, den Abt Cracchi, den Geneesheer Koberswein, den Kasſier Michel, den Pikeur en 4 Koks.

BERLIJN den 4 September. Eergister is de Koning, vergezeld van zijn derden Zoon, Prins Karel, naar Sileſiën vertrokken ter inſpectie van de Troepen. Z. M. heeft in Giüneberg overnacht en meende gister in Breslau te zullen zijn, en wordt binnen agt dagen terug verwacht.
Z. M. heeft eene Commisſie benoemd, beſtaande uit een militair en uit een burgelijk Ambtenaar, ten einde onderzoek te doen naar de 53 perſonen, welke eene verklaring, ten voordeele van Dr. Jahn, en ten einde denzelven te verdedigen, tegen de van ambtswegen, omtrent hem ingebragte beſchuldiging, hebben onderteekend. — Een gerucht, als of Vorst Blücher overleden zoude zijn, is gelukkig onwaar bevonden; doch men verneemt, dat een bekwaam Geneesmeester van hier naar hem is toegezonden.

FRANCFORT den 6 September. De reize van de Koningin der Nederlanden onder den naam van Gravinne van Cameuz, naar Wilhelmsbad is om een bezoek te geven aan hare Zuster de Keurvorstin van Hesſen, welke zich aldaar bevindt, en waar H. M. eenigen tijd zal vertoeven, zullende, zo men meent, niet naar Berlijn gaan.
Volgens de berigten van Carlsbad zijn van daar Couriers naar verſcheide Hoven afgezonden, over de afſpraken door de Ministers over de Duitſche zaken aldaar gehouden.
Naar men verneemt, is de Profesſor Oken, de Schrijver van de Iſis, te Jena, onlangs door Stutgard in allen haast naar Zwitſerland gepasſeerd, naar men zegt, door Politiebedienden gevolgd, en het heeft weinig geſcheeld of zij hadden bij de grenzen van dat Land hem achterhaald.
Van Jena meld men dat Dr. Follenius, zeer geacht particulier Onderwijzer in de regten, de voorlezing in het toekomend half jaar verboden is, vermits hij omſtreeks de vorige Paaſchen in onderzoek geſteld is geweest. Hij ie de Broeder van den gearreſteerden Opſteller van de Elberfeldſche Courant.
Volgens de Brieven uit Italien, zijn te Turin drie Kantoren gefailleerd, namelijk, Henrico Bolmida, Paracca en Vasco, en Raimondo Vigitello. Eenige dagen bevorens had ook het huis van Giuſeppo Vinatier en Comp. gemanqueerd.
De Koning van Napels had, ten gevolge van het geſloten Concordaat met den Paus, bij decreet van 20 Augustus, in zijne Staaten 47 Kloosters van onderſcheiden geestelijke orden herſteld, en gelast dezelve voortaan als wettige geſtichten te beſchouwen.

HAMBURG den 7 September. Van Stockholm wordt gemeld, dat de Staatsraad Baron van Suchtelen, den 26 Augustus aldaar na eene korte ziekte overleden is, hebbende zijne twee laatſte levensjaren bij zijnen Broeder den Rusch-Keizerlijken Minister, Baron van Suchtelen, doorgebracht.
De reize des Konings van Zweden naar de Noordelijke Provincien des Rijks, is een week uitgeſteld om de ziekte van zijnen Opperſtalmeester, den jongen Graaf Brahé. Van eene ſamenkomst met den Keizer van Rusland, die den 28 Augustus in goeden welſtand te Archangel is aangekomen wordt niet meer geſproken.
In een Engelsch Werk vindt men omtrent de progresſive magt van Rusland het volgende. De Rusſen hebben hunne grensſcheidingen van tijd tot tijd uitgeſtrekt, en het geen opmerkzaam is, hunne geſchiedenis levert geen afſtand hoegenaamd van grondgebied op. De aanwinsten aan grond door dat Land gemaakt, hebben plaats gehad in de volgende orde. In het jaar 1573 Siberien; in 1644 Klein Rusland; in 1710 Lijfland en Estland; in 1772 Wit-Rusland (of Polen); in 1783 de Krim; in 1793 Lithauwen en Courland; in 1795 het overige van Polen; in 1801 Georgien; in 1807 Bijaliſtock; in 1809 Finnland; in 1815 het toenmalig Hertogdom Warſchauw; en volgens het Vredes-Tractaat van 1814, bekrachtigd in 1818, de Perſiſche Chanaten, of de Provincien Karabag, Gauchin, Schekin, Schirwan, Derbent, Kuban, Baku, Taliſchiu en Dageſtan; en verders de Provincien Schutagel, Imierezich, Gurſel, Mingrelien en Abchaſien. In eene nieuwe Kaart van Europa door den Heer Brué te Parijs van 1816 tot 1818 uitgegeven vindt men deze laatſte grensſcheiding.

GROOT-BRITTANNIEN.

LONDEN den 7 September. De Lord Major heeft het verzoek der Liverij om eene vergadering te beleggen geweigerd, zo wel als een ſchriftelijk antwoord, en de teruggave van het aan hem overhandigd verzoekſchrift, over welk een en ander de deputatie der Livery vrij misnoegd is.
Men merkt aan, dat geen rijk man van de Tegenpartij, behalven Sir Francis Burdett, die naar men zegt 200 Guineas aan de geopende intekening voor de zogenaamde Martelaars van Manchester heeft gezonden, en John Hobhouſe, zich onder de radicale hervormers bevindt. De tegenpartij, die zelfs belang heeft bij het werklijk ſtelzel van verkiezing wil alleenlijk eene gematigde hervorming. Verſcheide hoofden van de Tegenpartij zo als de Graaf van Derbij, de Hertog van Bedford en anderen hebben zich nadrukkelijk tegen de radicalen verzet, en de eerstgemelde heeft als Lord Stedehouder deel genomen aan de ſtrenge maatregelen te Manchester gebezigd. De Graaf van Fitz-William, mede een lid der tegenpartij, ſchoon alle ſtrenge maatregelen overtollig verklarende, heeft hooglijk de bijeenkomſten en hun ſtaatkundig ſtelzel afgekeurd.


Ondertusſchen lokken de patriotſche intekeningen, en de betaalde reizen door de hoofden, met de om niet gegeven maaltijden, in de Committés der radicalen eenige bedelaars van een ander ſoort. Blandford de aanplakker heeft aan den Lord-Major bekend dat men beloofd had veel geld te zullen winnen met het aanplakken van oproerſchriften. Het Committé der tweehonderden neemt open-

(Het vervolg op de Kant van deze Bladz)

lijk uit de gemeene kas de kosten van hare zittingen. Het is waarſchijnlijk dat de radicale Schoenlappers, zo als Preston en anderen, van die elendige nijverheid leven. Andere hervormers van een weinig hooger clasſe ſpeculeeren op den verkoop van blaauwboekjes, zo als Wooler, Carlile, en een zeker aantal Boekdrukkers en Verkoopers, bekend voor kwade zaken gedaan te hebben. Bij die clasſe voegen zich menſchen, die zich bepaaldelijk eenen ſtaat van de hervorming gemaakt hebben, zo als de zich noemende Doctor Watſon, gefailleerd Apotheker, Thistlewood, gefailleerde Landbruiker, en de berugte Hunt, die begonnen is met een Brouwerij te hebben te Bristol, en aldaar gevonnist is over het vervalſchen van zijn Bier met gevaarlijke ingredienten; Gale Jones, die zich tweemaal heeft geruïneerd, als Apotheker en als dagbladſchrijver. De deugdzame Major Cartwright is een 80 jarigen grijsaard, geſtoord over eenige overſpringingen, die hij meent is den dienst ondergaan te hebben, en die ſedert 40 jaren bezig is met het opſtellen van eene nieuwe Conſtitutie, uit welke bron alle radicale hervormers hunne denkbeelden putten.


Men verhaald dat Hunt, toen hij uit het Kasteel van Lancaster kwam, een Geestelijken ontmoette, die op een ſchoon paard zat, en tegen hem zeide: „Hoe, gij zijt Predikant en gij hebt zulk een ſchoon paard, het zou U beter voegen onzen Heer en Meester naar te volgen en eenen ezel te beklimmen.” „Dat zou,” hernam de Geestelijken, „in deze dagen vrij moeilijk vallen, want er is in het Koningrijk geen ezel, welke niet reeds gehuurd is als radicale Hervormer.”
Men verneemt dat de vrienden van Hunt gister in de Kroon en het Anker vergaderd geweest zijn, om ſchikkingen te maken, ten einde hij eenen zegenpralende intogt in Londen hebbe, wanneer hij van Manchester komt, en dat het rijtuig van Sir Francis Burdett daartoe ter leen gevraagd zal worden. Inmiddels heeft de groote Jury van Lancaster de Bill van Beſchuldiging tegen hem bevestigd.
Volgens de berigten van Madras en Calcutta, heeft Sir Stamford Raffles te Penang eene expeditie uitgerust, welke zich in ’t bezit geſteld heeft van het Eiland Sineapore, ingevolge van eene gemaakte ſchikking met den Rajah van Johor, die daarvoor tot equivalent ontvangen zal 4000 dollar jaarlijks. Door het bezit van Penang en Sineapore bevinden wij ons in het onbetwist bezit der Straaten van Malacca, terwijl het laatstgemelde ons een vrije en ongeſtoorde gemeenſchap met China opend. Sir Stamford Raffles had den 31 Januarij zijne vlag op Sineapore geplant en den Major Farquhar gelast met de zorg voor dat etablisſement, hetwelk men wil dat voor tien jaren vrije Haven zal verklaard worden, en een handelſtand opleverd, welke binnen weinige jaren een der bloeijendſte en belangrijkſte ſtichtingen kan worden die immer door Europeanen onder de Oosterſche Eilanden kan aangelegt worden. Het bezit nemen van dat Eiland zegt men zal ongemeen nadeelig zijn voor de belangen der Hollanders.
Van Washington wordt gemeld, dat de Ruſiſche Minister bij een uitſtap naar Mount-Vernon, alwaar de beroemde Washington begraven ligt, een tak van eenen boom gevraagd en verkregen heeft, welke op de Tombe groeit, waarvan hij een rotting heeft doen maken, dien hij voornemens is als geſchenk aan Keizer Alexander te zenden, ter nagedachtenis van dien vermaarden Man, zullende op die rotting op een gouden plaat gegraveerd worden de woorden Mount-Vernon.
De van Kadix te Nieuw-York terug gekomen Oorlogſloep the Hornet, is weder onder nieuw zeil-ordre en moet voor 5 maanden levensmiddelen innemen, zullende waarſchijnlijk depêches van het Gouvernement der Vereenigde Staaten naar Spanjen overbrengen.


De Prins Willem den I., Kapt. J. Abes, van Batavia, is den 26 Junij aan de Kaap de Goede Hoop gekomen, in een bedroefden ſtaat, hebbende het roer verloren, en zo leck, dat onophoudelijk de pompen aan den gang moesten

(Het vervolg op de volgende Bladz.)