Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/105

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

70 NATUURLIJKE HISTORIE VAN was flechts enige dagen geleden dat men deeze ontdekking gedaan had. De drooge lucht, wel- ke in die onderaardfche galerijen heerscht, de afwezigheid van alle infecten in die duistere plaatfen, waren oorzaak dat dit lijk bewaard was gebleven en was uitgedroogd op de wijze als die, welke men voorheen in de grafkelders van de Franciskaanen te Touloufe zag (a). Maar laaten wij een zoo treurig onderwerp vaarwel zeggen en tot de bijzonderheden van 'Natuur- lijke Historie overgaan. mod d of ego E Men (a) Naar mijne gedagten kan dat lijk niet wel zoo oud zijn. Ik heb het aldaar zeven jaaren laater dan de fchrijver zien leggen, en toen was 'er niets meer over dan de beenderen. Zoo het dan zestig jaaren aldaar ge- legen hadd' zou het bederf in de zeven laatfte jaaren eene vordering gemaakt hebben, maar evenredigheid veel grooter dan in de zestig voorige jaaren, dat niet waarschijnlijk is en geen plaats heeft omtrent uitgedroog- de lijken. Daar zijn in die fpelonken wel geene infek- ten, maar ik twijfel niet of daar zullen wel rotten door loopen dwaalen, gelijk in de fteen-groeven die onder de ftad Parijs loopen, en die tagtig voeten diep liggen. Mijn gids zeide my toen dat dit lijk dat van een' verdwaalden Franschman was, die 'er anderhalf jaar te vooren in gevonden was. Zoo dit waar was, zou het lijk, dat ik gezien heb, een ander zijn. De befchrijving van de galerij koomt egter over- een. Ik moet dit dan onbeflist laaten. VERTAALER.