DEN 123 N SINT PIETERS RS BERG. A van de Brusfelfche natuurkundige hem had toe gelaaten eene tekening te maaken. Het Mufeum van Parijs bezit thans drie van die fchildpadden van Melsbroeck, waarvan eene met het onderst fchild; men zal bezwaarlijk ftukken vinden, die zoo wel zijn bewaard ge- bleven als deeze. пэб De eerfte, die in de verzameling het Nom- mer I draagt, heeft veertien duimen lengte en twaalf duimen breedte; het is hol, omdat men het fchild van binnen ziet, terwijl het bovenst gedeelte van hetzelve in den fteen vast zit. Men onderfcheidt volmaakt de geheele bewerktuiging van het inwendige van dit fchild; men telt 'er agt beenachtige ribben aan elke zijde, en zij zijn vast en uitfteekende, Alle uitfteekende. Alle de ftukken, die de middenlijn vormen, of liever die reeks van plaaten, die in malkanderen fluiten en als tot fleutels van het gewelf dienen, zijn zeer onder- fcheidenlijk te zien, en derzelver getande naa. den zijn wel bewaard gebleven, even als alle de zijde - plaaten, BURTIN heeft zig bedrogen toen hij fchreef dat het fchild fpatachtig van aart is, want alles is integendeel beenachtig en gelijkt in kleur naar de gegraaven lighaamen, die ko-groeven men in de gyps-groeven van Montmartre bij Pa- rijs vindt. De ftof is flechts harder, of liever min.
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/179
Uiterlijk