126 NATUURLIJKE HISTORIE VAN rige, fchoon men de breuken niet befpeurt,? waarvan deeze twee ribben zouden kunnen zijn afgebrooken; de andere zijn, over het algemeen, minder bolrond en meer uitgerand, en zoo dit kenmerk niet aan de uitwerkzelen van de druk king zij toetefchrijven en deeze fchildpad nooit meer dan zeven ribben gehad hebbe, moet men dezelve enkel als eene verfcheidenheid be- fchouwen; want zij heeft anders de volmaaktite gelijkenis met de voorige. Zij is uit de fteen- groeven van Melsbroeck en koomt uit het Ka- binet van de Akademie te Brusfel. N. IV heeft twaalf duimen lengte en tien duimen en vier lijnen breedte; het is ook het binnenfte gedeelte van het fchild van eene van dezelfde fchildpadden, hebbende aan elke zijde agt ribben, die zeer duidlijk en wel bewaard zijn. Deeze koomt ook uit het Kabinet van BURTIN, maar men moet die niet aanzien voor die, welke hij in zijne Oryctographie heeft laaten graveeren; hij is wel zeer fraai, maar minder volledig, gelijk de volgende befchrijving ons zal leeren.dohav babis " Het belangrijk ftuk" (zegt BURTIN in zijne Oryctographie van Brusfel p. 93.),, dat » op Pl. V verbeeld ftaat, is meer dan der- גג tien duimen Franfche maat lang en "dan
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/182
Uiterlijk