132 NATUURLIJKE HISTORIE VAN De rand van den ring - kraag fchijnt wat bree. der dan die van de andere fchildpadden van Maastricht. Men weet dat ik, daar ik van de fchildpad uit het kabinet van natuurlijke histo- rie van den Ierlandfchen kanunnik fprak, den ring- kraag niet onder het getal der fchilden ge. teld heb, zoo min als het eind van de fchild- pad, dat eene andere gedaante heeft. Men ziet in de fchildpad op deeze plaat maar twee midden-plaaten, die wel onderfcheiden zijn, door getande naaden aan malkanderen ge hecht; naardien men 'er nu in die van den ka- nunnik negen telt, ontbreeken 'er baarblijklijk zeven in de onze, hetgeen ons dezelve moet doen aanzien als zijnde ten minften zoo groot geweest als die, welke dien natuurkundige toe- behoorde; zij zou dan in haaren volkoomen ftaat meer dan vier voeten hoogte gehad hebber. Als ik zeg dat zij meer dan vier voeten hoog- te zoude gehad hebben, wijk ik niet van de naauwkeurige waarheid af, alzoo de twee mid. denfte plaaten van die van deeze afbeelding nog grooter zijn dan die van de fchildpad van den kanunnik van Luik, us Ik moet den leezer doen opmerken dat, als ik van middenfte plaaten fpreek, ik altijd die deelen verftaa, die, om zoo te fpreeken, den fleu
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/188
Uiterlijk