Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/200

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

138 NATUURLIJKE HISTORIE VAN zen dat deeze fchildpadden, om volledig te zijn, negen midden. plaaten moeten hebben, is het klaar dat aan deeze fchildpad vier plaaten ont- breeken, en alzoo de midden-plaaten, die nog overig zijn, van dezelfde grootte zijn als die van de fchildpad van den kanunnik PRESTON, is het te denken dat de onze even groot moet geweest zijn, dat is dat zij ten minsten vier voeten hoogte moet gehad hebben.s 5. Toen ik van de gegraaven fchildpadden van Maastricht fprak, heb ik nog niets gezegd van den rand, die rondom haare fchilden heeft moe- ten loopen; het is dan voegzaam dat ik 'er een woord van fpreeke, opdat men mij het verwijt niet doe dat onderwerp verzuimd te hebben. Te vergeefsch zou men naar de overblijfze- len van deezen rand zoeken, de fchildpad van den Heer PRESTON alleen vertoont l'er enige kleine ftukken van, en alle de andere hebben dien niet. Elk der fchilden van die fchildpad- den beftaat uit eene rei plaaten in het midden en eene rei ftukken ter wederzijde, dat in het geheel drie reien uitmaakt, het gewoon maak- zel der Zee-fchildpadden. Het is dan te den. ken dat hetgeen men den rand noemt, die om het geheel fchild moest loopen, een kraakbeenig, en niet, als het overige, een beenig lighaam ware, пах en