Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/211

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

MDEN SINT PIETERS BERG. 145 alp; zulke twe Dus ziet men op denzelfden fteen het over- fchot van een land-dier, dat van een twee- flachtig dier en eene zee- fchulp; zulke feiten in de natuurlijke historie zijn ongetwijfeld waer- dig verzameld te worden, en kunnen tot bouw- ftoffen dienen om de verfchillende omwentelin- gen, welke de aardbol ondergaan heeft, te be- vestigen. loving dad may sluh Ik heb in den hoek van dezelfde plaat een afzonderlijk been laaten af beelden, dat wel be- waard is gebleven, en uit den St. Pieters Berg gehaald is; het heeft twee duimen en zes lijnen lengte, een' duim en drie lijnen breedte aan elk eind, en negen lijnen dikte; het vertoont eene inknijping in het midden, welker kleinfte mid- dellijn zes lijnen groot is. 4999 Een van de einden van dat been is wat bol, en het ander wat hol; zijne gedaante doet het gelijken naar eene der beenachtige geledingen, op de wijze van wervelbeenderen gefchikt, en met het een eind tegens het ander liggende langs de gantfche lengte in het midden binnen in het fchild van zekere groote fchildpadden. Uit de verzameling van het mufeum. Sib, om les K STUK