Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/238

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

166 NATUURLIJKE HISTORIE VAN handelen, dat is de befchrijving van de hoorns en fchulpen, welke men in de bergen rondom Maastricht vindt, van nabij raakt, en deeze dit gevoelen een zeker gewigt fchijnen bijtezetten, is het nodig het alhier te ontwikkelen, Enige natuurkundigen, maar zij zijn egter weinige in getal, beweeren dat in alle de gegraa- ven hoorns en fchulpen, zonder uitzondering, ondanks derzelver gelijkenis met enige bekene de wedergaden, thans in deeze of geene zee leevende gevonden wordende, nogthans altoos enige verfchillen zijn, die niet toelaaten met zeekerheid te zeggen dat het dezelfde zijn. Andere hebben dat gevoelen nog verder ge- dreven, verzeckerende dat dat verfchil zig zelfs uitftrekt tot de dieren en de groote gegraaven viervoetige, van welke men zoo veele over- blijfzelen vindt, niet alleen in de zuidlijke ftree, ken, maar ook in het Noorden van Amerika, en op de uitgeftrekte vlakten van Tartarye, Zij die dit gevoelen aangenoomen hebben, kun- nen egter niet weigeren toe te ftemmen dat de aanmerklijke overblijfzels van die groote dieren, welke door verfchriklijke omwentelingen op bijna alle plaatfen van den aardbodem verfpreid en begraaven zijn, onbetwistbaar die van oly- phanten, rhinocerosfen en rivierpaerden zijn, -d die