188 NATUURLIJKE HISTORIE VAN ften opflag, te behoren tot het geflacht Tonne (Dolium) van LA MARCK (Systeme des ani- maux fans vertebres. Genre 40 pag. 79): doch daar hij gene overdwarsfche kringen, ge- nen rechten getanden, of in zijne gehele lengte gekartelden rand heeft, het kenmerk, dat LA MARCK aan het geflacht Tonne geeft; moet men hem plaatfen in het geflacht, dat hij Buc- cin noemt, waarmede deze hoorn overeenkomst heeft.ogin De keiachtige hoorn van Maastricht, op deze plaat afgebeeld, insgelijks deze dwarfche karte- lingen niet hebbende, en in gedaante met dien van Grignon overeenkomende, fchijnt dus ook in het geflacht van zijne Buccins (of kinkhoorns) geplaatst te moeten worden, fchoon van den een' zoo min als van den anderen de foort, waartoe zij behoren, kan bepaald worden. Fig. 3. Deze hoorn, die aan den fteen, waar. in hij gevonden is, vast is, fchijnt tot het ge- flacht van de Nerieten van LINNEUS en LA MARCK te behoren: hij fpringt aan den eenen kant eenigzints uit. Men kan ook daarvan de foort niet bepalen. Brood S HOORNS.
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/262
Uiterlijk