Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/269

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

" 22 DEN SINT PIETERS BERG. 193 of ten minften die fchrijvers niet aanhaalt, weidt zeer breed uit over het gewigt zijner ontdekking, welke," zo als hij zegt, " in zeker opzigt » nog opmerklijker is dan de ontdekking der Orthoceratieten," (pag. 95 in de aantekening) Vervolgens onderzoekt hij, tot welke foort van fchulpdier dat opgegraven lichaam moge be- hoord hebben, en, na deze vraag in alle de bij- zonderheden overwogen te hebben, befluit ein- delijk deze natuurkundige aldus:,, Nadat ik bewezen hebbe, dat dit fchulpdier geen Am- ,, moniet is, uit hoofde van zijne regte kegel. ,,achtige gedaante, en nog minder een Orthoce- », ratiet, uit hoofde van zijn inwendig maakzel; zal men mij geredelijk toeftemmen, dat het een nieuw foort van regte, gekamerde, tot ,, nog toe onbekende wormpijp is. Wij willen het dus een' naam geven. De Heer BREY- NIUS heeft het woord Orthocerate voor den Orthoceratiet verzonnen, omdat deze naar een' regten hoorn gelijkt; wij zouden onze buis, om de gelijkheid welke zij met eenen > geplatten hoorn heeft, Homaloceratiet (of plat- ,, ten hoorn) kunnen noemen, ten zij men dezelve 99 liever gekamerden en gebladerden Tubuliet, of) ,, eindelijk gekamerde kegelachtige en geblader. de wormbuis,noemen wilde." (pag. 102 en volg.) 22 " " " " دو 99 04 Zon-