DEN SINT PIETERS BERG. 199 Fig. 4a a 4b vertonen de twee kleppen van eene zeer zonderlinge fchulp, die van hare half verfteende moederftof gefcheiden is; de twee kleppen zijn zeer wel bewaard, en fluiten vol- maakt op elkanderen.og naro 200 Deze fchulp heeft vooren of plooien ter we derzijde van het builtjen geplaatst, welke herin- neren aan die, welke men in de Petoneles van LA MARCK waarneent (Genre 105) doch deze verfchillen van die der hier afgebeelde fchulpen, door hare onregelmatigheid: terwijl zij nog daarenboven van buiten gebladerd zijn, met fpo- ren van ftralen, die zich tot den rand toe van elkanderen verfpreiden. Het De Avicule van LA MARCK (Genre 142 pag. 134) bij LINNEUS de Mytilus hirundo (het gevlerkt vogeltje) genoemd, heeft tot eene zekere hoogte veel gelijkheid met onze gegraven fchulp; doch zij verfchilt 'er nog te veel van, om haar in denzelfden rang te plaatfen. zou misfchien beter zijn 'er een bijzonder geflach van te maken, naast dat van de Avicule. Ik voel zeer wel, hoeveel zwarigheid het in heeft, de geflachten te vermenigvuldigen; doch in een konftig ftelzel, vooral in dat van de hoorns en fchulpen, dat men naauwlijks begint te ontwar- ren, is het misfchien zeer goed, de geflachten wat wijd uit een te zetten, daar men dezelve na-
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/277
Uiterlijk