Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/284

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

204 NATUURLIJKE HISTORIE VAN de Schulp bijna zo dun als papier is, moet men zich verwonderen, dezelve in zo goed enen flaat te vinden. Schoon het ook waar is, dat de goe- de niet gemeen zijn. Fig. 6. Ene zeer fraaie Ostraciet of verfteen- de Qester met hare twee kleppen, van die foort, welke men Grijphieten noemt. LINNê US heeft de Grijphieten, die zeer menigvuldig zijn, on- der het geflacht der Oesters geplaatst. Misfchien zou het voeglijk zijn, dezelve 'er weder uit te nemen, om er een afzonderlijk geflacht van te maken. Men vindt op vele plaatfen verfteende en zelfs flechts begraven Grijphicten, en de foor- ten zijn menigvuldig. Die, welke in haren na- tuurlijken ftaat zijn, zijn bij de Natuurkundigen zeer gezocht, welke hun den naam van Hanen- kammen (Cretes de coq) gegeven hebben. Men telt 'er reeds verfcheidene foorten van. Die van Maastricht, alhier afgebeeld, fchijnt ene nieuwe foort te zijn. ob go dod sh fid ili nebled exul MADAVERSW og os S thelb abov SCHUL