Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/287

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

DEN SINT PIETERS BERG. 205 SCHUL PE N. Fig. PLAAT XXIV. ig. I is ene Grijphiet van ene langwerpi ge gedaante, wat gedraaid, met groote uitfte- kende ftrepen; deze is flechts ene onderfte klep van ene fchoone Grijphiet van ene onbekende foort. Alle de Conchiliologisten hebben de Grij- phieten, bij de Franfchen Cretes de coq genaamd, in het geflacht der oesters geplaatst. Men vindt in fommige zeeën de natuurlijke Schulpen van de Grijphieten; doch de gegravene en verfteende zijn veel menigvuldiger, en van zeer onder- fcheidene foorten. De kalkbergen van Havre bevatten 'er ene grote menigte van; in de on- derfte lagen van de Vaches noires tusfchen Caen, Honfleur en Pont l'Eveque vindt men 'er grote Verzamelingen van, gelijk ook zeer fraaie bij Angouleme, in den omtrek van Chartres en el- ders gevonden worden.b BRUGUIERE, die het werk over de hoorns en fchulpen in de Encijclopedie par ordre des ma- tieres op zich genomen had, had voor dat werk, voor zijn vertrek naar Egijpte en Perfie, twee pin in P 2 pla-