Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/29

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

6 INLEIDIN G. om te vernielen, dan die van de godsdienften, alle ftrijdig met elkanderen, dan de beoefening van de zedekunde zelve, wel de eenvoudigfte, alzoo zij op eene enkele vaste ftelregel rust, maar de moeijelijkfte in beöefening te brengen, omdat de meeste menfchen onrechtvaerdig en boos zijn? Deeze overweegingen, die ons als van zelve voor den geest koomen, zijn niet zoo ontijdig als men wel denken zoude, alzoo zij ftrekken om ons te herinneren dat de mensch op alle tijden en plaatfen, alles moede, van alles wal- gende, nooit de natuur moede wordt, nooit in de natuur een walg krijgt. De eenvoudige landbouwer zelf fimaakt, te midden onder zijn nuttig werk, misfchien zon- der het te vermoeden, vermaaken, die alles te boven gaan, alzoo zij die van de natuur zijn, wanneer hij zijne planten ziet groeijen en bloei- jen, als hij haar nagaat van haare eerfte ontſprui- ting tot haare geheele ontwikkeling;. en men zegge niet dat hij altijd alleen door zijn belang worde gedreven. De betrekkingen van die gewasfen met de lucht, en met de afwisfelingen van het weder en van de jaargetijden en vooral met het fchitte- rend hemellicht, dat derzelver loop regelt, hou- 8 A den