Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/314

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

224 NATUURLIJKE HISTORIE VAN pag. 64. met betrekking tot de Sigaret zegt, welke niets anders fchijnt te zijn dan ene bin- nenfte fchulp van ene flak uit het geflacht der Phylidiens. Fig. 4. is ene kleine onbekende kam-doublet, of misfchien ene jonge fchulp van het geflacht der Spondyles. Fig. 5. is een foort van Rastellum, die tus- fchen de Oester en de Grijphiet fchijnt te moe- ten geplaatst worden. Ik gelove, dat het voeg. zaam zoude zijn, de Grijphieten, en de fchul- pen bekend onder den naam van Rastellum van de Oesters te onderfcheiden. Fig. 6. Deze fchulp, waarvan de oren gebro- ken zijn, toen men haar van den fteen fcheidde, heeft vooruitstekende groeven, en overblijffels van enigfints ftekelachtige aanhangzels; het geen mij bepalen zou om haar te befchouwen, als be- horende tot het geflacht der Spondyles van LA MARCK (Genre 137), tot welk geflacht ook misfchien fig. 4. moet gebragt worden. Fig. 7. Rastellum van ene bijna driehoekige gedaante. Zie het geen ik omtrent fig. 5 gezegd heb. Fig. 8. Deze fch