DEN SINT PIETERS BERG. 231 het klein veel overeenkomst hebbende, met den zee-appel uit de zwarte zee. De oude natuur- kundigen hebben aan dit foort den naam gege- ven van Cidaris. Fig. 6. Deze Echiniet komt zeer nabij, aan die, welke onder N. 4. is afgebeeld, zij ver- fchilt er echter een weinig van, daar zij meer langwerpig van gedaante, en de opening van den anus minder groot is, terwijl de mond vijf bloemcieraden heeft, die wel meer uitkomen, maar echter minder uitgeftrekt zijn, dan die van fig. 4: Fig. 7. Een zeer platte zee-appel, na bij ko- mende aan dien, welken wij boven onder N. 3 befchreven hebben; fchoon hij, door het ver- grootglas waargenomen, 'er echter daarin van ver- fchilt, dat zijne oppervlakte ftrepen en tepeltjens heeft, die men bij den anderen niet waarneemt, gelijk dit uit fig. 7b te zien is. Ik heb dit voor- werp in geen ander werk ontmoet. Fig. 8. De Echiniet, die hier afgebeeld is, heeft veel overeenkomst met die van fig. 6; doch 'er is echter enig onderfcheid in de ge daante, fchoon zeer gering, zo dat het zich beter voelen dan befchrijven laat. De anus fpringt minder uit, en de mond heeft twee foorten van lange naden, die in het ander voor- werp niet voorhanden zijn. Fig.
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/325
Uiterlijk