Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/339

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

ADEN SINT PIETERSBERG. 241 2 die zonder enige uitzondering waar is, gedacht te hebben; heb ik moeten befluiten, dat zij moesten behoren tot het geflacht, dat onder den naam van de Bernardus Krab bekend is, en waarvan het lighaam zo murw en teer is, dat zij verpligt zijn het tegen alle aanvallen en toevallen te verdedigen, door zich te huizen in een-klep- pige ſchulpen, die haar ten fchuil en wijkplaats verftrekken, terwijl zij, door enig toeval van deze fchuilplaats beroofd, fpoedig een prooi wor den der visfchen, en der Molusca's van alle foorten, die de zee bewonen, en hun verflinden. Doch daar hun poten en fcharen met een foort van vast fchild gedekt zijn, moeten deze onaan- geroerd blijven, zodat zij eindelijk, het zij on- der het zand of den grond der zee bedolven, in den begraven of verfteenden ftaat bewaard kunnen gebleven zijn. Deze eenvoudige onder. ftelling komt mij zeer toepaslijk voor op die famenhopingen van voormalige zee-voortbreng- zels, die thans de fchulphopen van de omtrekken van Maaftricht vormen. agus aos shod burd Meer gehecht aan de waarheid, dan aan mijn gevoelen, heb ik gemeend den kundigen LA- TREILLE, die zich bijzonder op dit onderwerp heeft toegelegd, en over het geheel in de kennis van vele andere delen der natuurlijke historie R 4 zeer