242 NATUURLIJKE HISTORIE VAN zeer geoefend is, hierover te moeten raadplegen, en ik voeg hieronder met dank de aantekening, die hij, na verfcheiden dezer krabben aandachtig te hebben onderzocht, mij wel heeft willen aan- bieden (*). (*) De vergelijkende befchouwing der poten van de krab, afgebeeld op de XXXIIfte plaat der natuur- lijke hiftorie van den St. Pieters berg bij Maaftricht, derzelver kromming en richting, de algemene en ftandvastige afwezigheid van andere delen des lig- haams bewijzen naar mijn inzien genoegzaam, dat deze krab tot de foort behoort, die Bernard l'Her- mite genoemd wordt, en die zich ophoudt in een- kleppige fehulpen, waarvan zij zich meester maken. De foort, waartoe deze behoord heeft, komt zeer nabij aan den meest gemenen Pagurus Bernhardus. Hier zo wel als in den anderen is de rechter fchaar de fterkte, de gedaante van dezelve is in beiden de- zelfde. Het enig onderfcheid beftaat eenvoudig in een groter aantal van feherptens, en ene verlenging der vingers, welke hier iets langer zijn dan in den Pagurus Bernhardus. De bovenfte graat van de hand heeft zelfs enige kleine fcherptens, die men niet waarneemt in die van Maaftricht. Doch men voelt ligt, dat dit foort van fcherptens gemaklijk afgefleten kan zijn, en dat zij ook minder kenbaar zijn in jonge krabben, zelfs die niet gegraven zijn. In het Nationaal Muféum van natuurlijke hiftorie bevinden zich vele krabben van het meergenoemde geflácht in de Buccinum undatum. (get.) LATREILLE. KEI
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/340
Uiterlijk