Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/350

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

248 NATUURLIJKE HISTORIE VAN den moed gehad heeft zich tegen de barbaarfche woorden te verzetten, waaronder men fchijnt gezworen te hebben de wetenfchappen te ver- flikken, had moeten in het oog houden, dat de benaming, door hem ontworpen, en welke inde- daad noch den fmaak noch het oor beledigt, niet toepasfelijk is dan op de Numismalen in den ftaat van verftening; zo dat, wanneer men im- mer in zee dergelijke voorwerpen vinden mogt, men nog een' anderen naam zou moeten uitden- ken om die te onderfcheiden, daar de benaming van discolithe in dat geval op de voorwerpen niet pasfen zou (*). Ik (*) Ik heb op de Corallina officinalis van LINNEUS (la Coralline vermifuge de Corfe) kleine losfe zee- polijpen gevonden, zo na bij komende aan de Nu. mismalen, dat men zich niet onthouden kan dezelve anders dan tot het zelfde geflacht behorende te be. fchouwen: wanneer men zich deze voorwerpen be. zorgen wil, moet men die zoeken op den grond van de kisten of zakken, waarin men aan de drogisten de Corallina officinalis overzendt. Men zal 'er niet alleen deze foort van Numismalen, maar ook alle de kleine fchulpen, door JANUS PLANCUS befchreven, vinden. Het is de natuurkundige SIONNET van Lyon, die het eerst op het denkbeeld gekomen is om kleine fchulpen voor het vergrootglas uit de Middel- landfche zee op de Corallinae officinales te zoeken.