Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/351

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

DEN SINT PIETERS BERG. 249 Ik zou dus liever zien dat men de benaming van Numismale behield, of zelfs die van Linzen- ftenen, lenticulares, omdat de fchriften der oude natuurkundigen en de tijd die als het ware gewettigd hebben. Nog minder neem ik de benaming van Camerine aan, welke BRUGUIE- RE aan de Numismalen gegeven heeft uit hoof- de van derzelver kleine kamertjens. Zie de Encyclopédie Hiftoire naturelle des vers, tom. 1. p. 395. LA MARCK heeft dus zeer wel gedaan die benaming te veranderen, en de oude gedeeltelijk te herftellen, door dit voorwerp ene Nummuliet te noemen. Doch het is nog beter den naam van Numismale te behouden, omdat ook de benaming van Nummuliet niet dan op verfteende voorwerpen toepasfelijk is. 22 " " 95 ,, Deze ftenen," zegt BRUGUIERE,, zijn echte fchulpen, het geen bewezen wordt door hunne regelmatige gedaante en vorm, en vooral door de gekamerde fpirale buis, welke zij van binnen hebben, en door de opening van deze ,,buis, die zich op derzelver boord eindigt, ,, even als in de Ammonieten en Nautilusfen. Men vindt dezelve in kalkachtige gronden ver- » mengd met andere zee-fchulpen, welker aart ,, niet twijfelachtig is, en ziet 'er dikwijls het zelfde bij plaats hebben, dat bij die fchulpen " 52 وو " waar-