Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/353

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

DEN SINT PIETERS BERG. 251 de platte enigfints holle en bijna papierachtige Numismale van Grignon, dezelfde, die FOR TIS in den aangehaalden brief heeft doen af- beelden onder fig. 1, 2 en 3, gekozen heeft, om die uit het geflacht der Nummulieten te ne- men, en 'er een bijzonder geflacht van te vor- men, onder de vaste en met ftralen voorziene polypen, en bijna in enen rang met de Rétépo- res. Hij maakt 'er het 19de geflacht der Po- lijpen van, pag. 376, waaraan hij den naam van Orbitulieten gegeven heeft, en welke FORTIS befchouwt als ware Discolieten, dat is te zeg gen, als dunne en broze Numismalen o Ik fchort mijn beflisfend oordeel op, tot het werk van FORTIS in het licht zal gekomen zijn; het is waarfchijnlijk dat zijne lange nafpo- ringen, zijne geoefendheid en grote kunde in on- derfcheiden takken van de natuurlijke hiftorie hem in ftaat zullen gefteld hebben, om dit moeilijk raadzel op te losfen. Ik meende, in afwach- ting van zijn werk, de nieuwfte gevoelens der natuurkundigen över de Numismalen, alhier te moeten bij elkander brengen, daar ik gefproken had over die, welke men in de omtrekken van Maaftricht vindt. agita Fig. 1. is de Numismale van den St. Pieters berg; in hare natuurlijke grootte afgebeeld; S met