Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/37

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

14 1 N LEIDING. fchillende deelen van den aardbol vindt, op zeer groote afftanden van de plaatfen, daar deeze zelfde dieren thans leeven, fpelingen van de na- tuur, of uitwerkzelen van het geval zijn? sh Men zou dan ook hetzelfde moeten zeggen van die talrijke gezinnen van hoorns en fchul. pen, met welke de aarde, om zoo te fpreeken, overal bezaaid is, en die men niet alleen ver- fteend, maar in eenen zoo volmaakt wel bewaar- den ftaat vindt, dat men dezelve met de hoorns en fchulpen, die thans in zee leeven, zoude kunnen verwarren, als men die niet op de ber- gen in dikke laagen vond, en als zij niet eene menigte foorten vertoonden, van welke de mees- te onbekend zijn? 59 Deeze gegraaven hoorns en fchulpen hebben ondertusfchen niet alleen aan zee-dieren toebe. hoord, die 'er voorheen hunne wooningen van maakten, maar zij zijn ook aanmerklijk door de zelfde toevalligheden, die heden nog in de hoorns en fchulpen van onze zeeën plaats heb- ben; want fommige zijn met kleine vreemde hoorntjens en fehulpjens bezet, andere met zee- pokken en kleine madreporen, enige met fchulp- wormen, bekend onder den naam van wormbui. zen; andere eindelijk zijn door en door door- boord door een vijandig infekt, dat den naami Van