Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/377

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

WADEN SINT PIETERS BERGAM 267 cijlindrieke, langwerpige, kleine en cirkelvormig aan elkander gevoegde lighaampjes beftaat. Fig. 3 en 7 zijn twee Fungieten van de zelfde foort, fchoon die van N. 3 veel groter, en ouder is; zij gelijken beiden op de Madre. pora patella van LINNEUS, SOLANDER en ELLIS, plaat XXVIII. fig. 1, 2 en op de fungia patellaris van LA MARCK, pag. 370.. Fig. 4 het bovenfte gedeelte van deze Polijpe heeft in den eerften opflag enige gelijkheid met den kop van ene Fistulane, de Fistulana clava van LA MARCK, pag. 129. Doch wanneer men haar met het vergrootglas naauwkeuriger waarneemt, ziet men op hare oppervlakte me- nigvuldige, digt aan elkander gevoegde lugtgaat- jes, die deze lighamen onder het geflacht der Madreporen of Polijpen brengen. Dit gevoelen verkrijgt nog meer grond, door het onderzoek der inwendige delen, waarvan de holligheden, zigtbaar gemaakt, doorboord ziju door ene buis of kanaal, dat van het binnenfte gedeelte tot op de oppervlakte loopt, terwijl de holligheden, die men daarin waarneemt, dit zee lighaam doen befchouwen als ene gekamerde Madrepore, ten, ware men 'er een bijzonder foort van Orthoce- ratiet uit maken wilde, doch het geflacht Or shacerate, Orthocera van LA MARCK, pag. T 193,