DEN SINT PIETERSBERG. 295 den jare 1786, en vergezeld van platen naar de tekening van den fchrijver, waarop een ge- heel fluk van het kaakbeen van dit dier in des- zelfs natuurlijke grote is afgebeeld, het welk hij aan het Engelsch Muféum ten gefchenke heeft gegeven. Daar CAMPER de goedheid had van mij zijne geleerde verhandeling mede te delen, fchreef ik hem, na dezelve met niet minder oplettenheid dan belangstelling gelezen te heb- ben, dat zijne kundigheden en grote ondervin- ding zeer wel tegen mijn gevoelen konden op- wegen, doch dat de naauwkeurigheid zijner be. fchrijvingen en afbeeldingen dier kaakbeenderen, en vooral de onderfcheidende kenmerken welke hij in de tanden deed opmerken, nog enige on- opgeloste twijfelingen bij mij overlieten, en dat, zo ik immer een gevoelen met het zijne ftrijdig zoude durven ftaande houden, zijne eigene ver- handeling mijne voornaamfte gronden zoude op- leveren, daar ik zijne wijze van befchrijven zo volmaakt vond; doch dat ik, noch de voor- werpen in de natuur, noch de plaats waar zij gevonden zijn, noch de onderfcheiden beende- ren, die aldaar gevonden worden, noch vooral de grote kop, die als toen zich in het Cabinet van den kanunnik GODIN bevond, gezien heb- ben-
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/413
Uiterlijk