DEN SINT PIETERS BERG. 307 enen Krokodil, welke in den fteen zelven la- gen, die de onderfte laag van de duin uitmaak- te, welke door de zee befpoeld, en onophou- delijk den flag der golven verduren moet. 22 05 22 22 22 Ik maak" zegt de Heer CHAPMAN, » voorbedagtlijk melding van deze omftandig- heid, om de tegenwerping voor te komen welke men maken kan, dat dit dier zich mis- fchien op de oppervlakte bevonden heeft, en door verloop van tijd bedolven is op de plaats, waar het lag; het geen onmogelijk moet zijn, ten minften, na dat de ftenen hunne tegenwoordige vastheid hebben. De ,, plaats, waar deze beenderen lagen, was mees- tentijds overdekt met zeezand, ter hoogte ,, van twee voeten, en was flegts nu en dan ,, bloot, het geen oorzaak was dat men dezelve niet dikwijls zag," dod " 22 22 دو 22 Men vindt deze aanmerking in het 5ofte deel 2 de ftuk der Philofophical Tranfactions. De afbeelding, bij de Verhandeling van den Heer CHAPMAN gevoegd, is die van den Gavial of Krokodil van den Ganges. De verhandeling zelve is gelezen den 4den Maart van het jaar 1758. Zie hier ene verzameling van daadzaken, die ongetwijfeld onze aandagt wel waardig zijn, daar wij onder alle gegraven Krokodillen, wel- X 5 ken
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/425
Uiterlijk