INLE I DIN G. 21 en het heerlijk paerlemoêr der hoorns en fchul- pen dezelve door allerleie klasfen van menfchen met eene foort van gretigheid hebben doen zoe- ken; de kindsheid zelve, die zig van niets re- kenfchap weet te geeven, neemt dezelve tot voorwerpen van haare lieffte vermaaken; de wilde ftelt zijne glorie in die tot zijn opfchik te doen dienen, en de liefhebber der Natuurlijke Historie maakt 'er het fieraad van zijne verzame- ling van. PLINIUS zegt ons met eene foort van zelf behagen, dat SCIPIO en LELIUS zig van hunnen arbeid verpoosden met de ver- zamelingen van hoorns en fchulpen, die zij ge- maakt hadden, te befchouwen, hetgeen bewijst dat die algemeene finmaak zig, van alle tijden, bij de groote mannen geöpenbaard heeft. on soin Die natuurlijke neiging tot die, fraaie voort- brengzelen der natuur moest den mensch ein- delijk tot derzelver naauwkeuriger befpiegeling brengen; maar alles is daarin zoo zonderling ver- fchillende, de voorwerpen zijn zoo menigvul- dig, de rangfchikkende kenmerken zoo mocije. lijk wel te kennen (daar het hier de wooning van een dier, en niet het dier zelf is, dat men waarneemt dat het niet te verwonderen is dat tobiond niemand, tot in het jaar 1675, die loopbaan heeft durven openen. B 3 Waar
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/44
Uiterlijk