DEN SINT PIETERS BERG. 323 Ook na bij alle jonge Krokodillen waarneemt. gebeurt het fomtijds, dat de eerste tand minder recht en een weinig gekromd is, doch dit is niet ftandvastig, Fig. C. is een tand van het dier van Maas tricht, met zijnen beenachtigen wortel, waarin zich een twede tand vertoont, die aldaar fchijnt voort te komen, niet als het begin van een tand, gefchikt om, opgroeijende, den eerften te ver- dringen, maar als een geheel gevormde tand, die zijn eigen verglaasfel heeft, naast den ande ren zal uitkomen, en zijnen oorfprong heeft on- der aan denzelfden beenachtigen wortel. Fig. D. is een der grote tanden; zijne ge- kromde gedaante, zijne hoekige en uitfpringen. de boorden zijn zeer wel afgebeeld; hij was toevallig van zijne kroon afgefcheiden, en fchoon de tand vast van lighaam en niet hol was, ver- toont de kroon, waarvan ik de holte onder letter d heb doen afbeelden, ene langwerpige opening naar het midden, die zeer zichtbaar is. Deze bijzonderheid bragt mij in het geval, gedurende mijn verblijf te Maaftricht, waar ik velen dezer afzonderlyke tanden ter mijner be- fehikking had, welke de werklieden in de groe- ven mij van tijd tot tijd bragten, om verfchei- Y 5 -973 den
Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/451
Uiterlijk