Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/46

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

INLEIDING. 23 De geregelke kennis van de hoorns en fchul- pen had dan geene enkele fchred voorwaarts ge. daan 99 waarnaar hij haakt als de eenigfte vrugt, zijnes ar- ,,beids waerdig. De Conchyliologie, onder die betrekking be- ,, fchouwd, ontbreekt niets om de nieuwsgierigheid ,, te kittelen, niet die beuzelachtige nieuwsgierig- heid, die zig vermaakt met den fchitterenden luis- ,, ter der hoorns en fchulpen en met het misbruik, waardoor men zig kleuren verfchaft, die de natuur " 9 5 93 " 9 ラタ 39 geweigerd heeft, maar die wijsgeerige nieuwsgie- , righeid, die den aart der dingen zoekt te doorgron- den, die den natuurkundige in zijne nafpeuringen, den fcheikundige in zijne proeven, den aardrijks- kundigen zee-reiziger op zijne moeijelijke reizen en den beoefenaar der natuurlijke historie in zijnen arbeid onderfteunt; hij befpeurt dat alle bezielde ,, wezens, zelfs de hoorns en fehulpen, in de diepte ,, des waters, de wetten der luchtftreek onderworpen zijn, zoo wel als de overige dieren, en zijne ver- » wondering groeit aan, wanneer hij de zee-hoorns ,, en fchulpen, die groote banken op de aarde vor- ,, men, onderzoekende, enige voor dezelfde herkent » met die welke in de zee leeven, onder eene andere », luchtftreek dan waarin hij dezelve onder den grond vindt. Dat feit alleen, dat reeds zeer flerk be- vestigd is, maakt de naauwkeurige kennis der hoorns en fchulpen onmisbaar om 'er de oorzaak van te leeren kennen. Encyclopédie Méthodique, 29 92 99 22 B 4 his