Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/463

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

DEN SINT PIETERS BERG. 331 Jen, met een woord, dat 'er noch in zijne », verzameling, noch misschien in enige andere, beenderen gevonden worden, die tot blaas visfchen behoren, en in deze groeven gevon den zijn. 99 " " Dezelfde geleerde geeft vervolgens enige bijs zonderheden uit de vergelijkende ontleedkunde, en ene befchrijving tot in de minfte kleinigheden, fchoon altijd even leerzaam, van de wervelen, kaakbeenderen en andere delen, die tot verdere voldinging der bewijzen voor zijn gevoelen die. nen kunnen; terwijl hij eindelijk zijne verhande- ling aldus befluit: " 99 Zie hier, naar ik gelove, genoeg bewij » zen, wat de overeenkomst van het beengeftel », betreft, om ons te overtuigen dat deze kaken » tot een kruipend dier, en wel tot de Krokodil. of Hagedis foorten, behoren. De bewijzen, die » men uit de plaatfing en vorming der tanden ontlenen kan, zijn niet minder voldoende. FAUJAS heeft zeer goed opgemerkt, dat de " vernieuwing der tanden bij de Krokodil veel overeenkomst heeft met die der tweeflachtige dieren van Maastricht, enz." 2 2 23 " 22 VAN MARUM, dien ik enige maanden ge leden het genoegen had te Parijs te zien, op zijne te rugkomst van ene reis, die hij naar Zwitferland gedaan had, zeide mij, dat hij, na Z de