Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/94

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

DEN SINT PIETERS BERG. 59 BINNENSTE GANGEN. PLAAT III. De voornaamfte opening, waarvan wij in het voorig artijkel gefprooken hebben, is, wij her- haalen het, het werk der natuur; derzelver on- deraardfche gewelven loopen meer dan eene halve mijl verre, alzoo zij tot in den omtrek van de wooning van Slavante, aan den flinker oever van de Maas en nog veel verder koomen. Mijn voorneemen is niet te onderzoeken of deeze diepe holte zij toetefchrijven aan eenen ftroom van de zee, die door zijne kracht en fnelheid zig eenen weg gebaand heeft door los zand, dat aan denzelven minder wederftand heeft geboden dan de omringende fteen-klom- pen, of aan andere oorzaaken, welker berede- neering ons te verre zoude afleiden: het zal ge- noeg zijn aantemerken, en alles bewijst het, dat deeze eerfte fpelonk niet door menfchen handen is uitgegraaven; maar ik moet ook zeggen dat, op eenen zeer kleinen affland van deeze, eene andere is, die veel minder hoog en egter zeer diep is, welke als het werk van konst moet be- fchouwd worden, De