Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/96

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

DEN SINT PIETERS BERG. 61 om de landen te mesten; in dien ftaat is hij zeer goed voor fterke klei-landen, en alzoo 'er veel kalk aarde in koomt, maakt hij daardoor een drooge mergel, zeer gefchikt om vette gronden vrugtbaar te maaken. Het is het algemeen gevoelen in het land on- der de meeste inwooneren, dat deeze uitholin- gen voortloopen tot Vifé, dat is, tot drie groote mijlen van daar, en dat zij onder de Maas doorgaan, hetgeen egter niets minder dan bewezen is. Korten tijd na dat de plaats aan de Franfchen was overgegeeven, begaf ik mij voor de eerfte reis in enige gedeelten van dat uitgeftrekt dool- hof naar den kant van het fort St. Pieter. De Generaals van de artillerie DABOVILLE en BOLEMONT en de Generaal van de Genie LAGATINE, kundige en de weetenfchappen, beminnende mannen, bevalen niet alleen dat men alle de nodige fchikkingen zoude maaken om een gedeelte dier onderaardfche gaanderijen veilig té bezoeken, waarin het zoo gemaklijk en zoo gevaarlijk is te verdwaalen, maar zij wilden mij zelfs wel verzellen. De Burger THOIN, leer- aar in de land-huishoudkunde in den nationaalen kruidtuin te Parijs en de Vertegenwoordiger des volks FREICINE, die toen in Belgie in zen- ding