Naar inhoud springen

Pagina:MU W J IV 4 - deel 1 en 2 - Natuurlijke historie van den St. Pieters berg bij Maastricht.pdf/97

Uit Wikisource
Deze pagina is niet proefgelezen

62 NATUURLIJKE HISTORIE VAN ding was, (a) waren mede van het gezel- fchap. Wij traden 'er in door den met menfchen han- den uitgeholden gang, daar ons verfcheiden per- foonen wagteden met ontftooken fakkels. Men gaat eerst omtrent honderd vijftig fchreden voort door eene foort van gang, hoog en breed genoeg dat de rijdtuigen 'er in kunnen rijden, en die al. dus gegraaven is om bij de vakken te koomen, daar de beste foort van fteen is. Als men den- zelven ten einde is, ziet men aan alle kanten en in alle rigtingen veele boogen op de ftoutfte en fchilderachtigfte wijze te voorfchijn koomen. Alle de gewelven, vrij konstig uitgehouwen, worden onderftut dan door pijlaaren, dan door muuren, die men in den fteen zelven gelaaten heeft, en deeze ontelbaare menigte van kolommen en hooge gewelven verbeelden dan groote tem- pelen, dan waterleidingen, die elkanderen op- vol- (a) De achting en erkentenis dwingt mij dien volks - vertegenwoordiger recht te doen, die naar de veroverde landen wierd gezonden in een tijdperk, dat droevige herinneringen gebaard heeft; maar zijn gedrag was altoos zuiver, en hij gebruikte de macht, waarmede hij bekleed was, niet dan om rechtvaerdig te wezen en om konften en weetenfchappen te be- vorderen.