Naar inhoud springen

Pagina:Malot, Alleen op de wereld (vert. Keller 1880).pdf/133

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

en voeten van het dier vóór het vuur hield, zooals men dit met kleine kinderen doet, warmde ik zijn deken, waarin wij hem vervolgens wikkelden.

Maar hij had niet slechts een warmen deken noodig, doch ook een goed verwarmd bed, en vooral een warmen drank. Noch het een noch het ander was echter binnen ons bereik. Het was al wel, dat wij vuur hadden.

Wij zaten bij den haard, mijn meester en ik, zonder een woord te spreken en wij bleven daar onbeweeglijk zitten, starende in de vlammen.

Wij hadden ook geen woorden noodig, wij behoefden elkander zelfs niet aan te zien om te zeggen wat er in ons hart omging.

— Arme Zerbino! Arme Dolce! Arme vrienden!

Dit waren de eenige woorden, die wij nu en dan lieten hooren of althans de gedachten, die ons bezielden.

Zij waren onze makkers geweest, onze lotgenooten in goede en kwade tijden; en voor mij, in de dagen van droefheid, mijne vrienden, ja schier mijne kinderen.

En ik was oorzaak van hun dood.

Want ik kon mij zelven niet van schuld vrijpleiten: als ik goed de wacht had gehouden bij het vuur, zooals ik had moeten doen, zou ik niet in slaap zijn gevallen en zouden zij niet weggeloopen zijn; de wolven zouden dan niet naar onze hut zijn gekomen om hen te verslinden, maar uit vrees voor het vuur op een afstand zijn gebleven.

Ik had gewenscht dat Vitalis mij beknorde; ik had hem bijna kunnen smeeken, dat hij mij sloeg.

Maar hij zeide niets; hij zag mij zelfs niet aan; hij bleef met het hoofd voorover bij den haard zitten. Zeker dacht hij aan hetgeen ons lot moest worden, wanneer wij geen honden meer hadden.

Hoe zouden wij zonder hen voorstellingen kunnen geven? Hoe zouden wij aan den kost komen?



XV.
MIJNHEER JOLI-COEUR.


Wat de doorbrekende dag had aangekondigd, werd vervuld. De zon schitterde aan den wolkeloozen hemel en hare zwakke stralen werden weerkaatst door de vlekkelooze sneeuw. Het bosch, den vorigen dag zoo treurig en somber, schitterde thans van een glans, die de oogen verblindde.