Naar inhoud springen

Pagina:Malot, Alleen op de wereld (vert. Keller 1880).pdf/180

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

vrij had en verliet menigmaal des winters middenin den nacht haar bed om de stroomatten uit te leggen, wanneer de vorst plotseling was ingevallen. Op haar veertiende jaar lag er op haar gelaat een treurige zwaarmoedige trek, alsof zij reeds dertig jaar oud was, maar tevens een uitdrukking van zachtheid en onderwerping.

Nog geen vijf minuten hing mijn harp aan den spijker, en terwijl ik bezig was mijn lotgevallen te vertellen, of wij hoorden krabben tegen de deur en een klagend geblaf.

— Dat is Capi! zeide ik opstaande.

Maar Lize was mij reeds voor, zij snelde naar de deur en opende deze.

De arme Capi was in een sprong bij mij en, toen ik hem in mijn armen drukte, lekte hij mijn gezicht en gaf door een zacht janken zijn blijdschap te kennen: hij beefde over zijn geheele lichaam.

— En Capi? vroeg ik.

Mijn vraag werd goed verstaan.

— Wel, Capi blijft bij u.

Het was of hij het begreep, want hij sprong op den grond en terwijl hij den rechterpoot op zijn hart legde, maakte hij een buiging.

Hierin hadden de kinderen een groot genot en vooral Lize, maar toen ik Capi een stuk van zijn repertoire wilde laten spelen, weigerde hij mij te gehoorzamen en sprong weder op mijn knieën om mij te lekken; daarop begon hij mij aan de mouw van mijn jas te trekken.

— Hij wil dat ik zal uitgaan.

— Om u bij uw meester te brengen.

De politie, die Vitalis had medegenomen, had gezegd, dat zij mij een verhoor zou doen ondergaan en in den loop van den dag zou terugkomen. Die tijd viel mij lang. Ik verlangde naar eenige tijding van Vitalis. Misschien was hij niet dood, zooals men meende. Ik was ook niet dood. Hij kon, evenals ik, uit zijn bewusteloosheid ontwaakt zijn.

De vader giste mijn bezorgdheid en nam mij naar het bureau van politie mede, waar men mij de eene vraag na de andere stelde, die ik eerst beantwoordde, toen men mij verzekerd had, dat Vitalis dood was. Hetgeen ik wist was zeer weinig en in korte woorden te vertellen. Maar de commissaris wilde meer weten en ondervroeg mij geruimen tijd naar alles, wat betrekking had op Vitalis en mij.

Wat mezelf betrof kon ik hem antwoorden, dat ik geen ouders had en dat Vitalis mij voor een som geld, die hij aan den echtgenoot van mijn voedster had gegeven, gehuurd had.