Naar inhoud springen

Pagina:Malot, Alleen op de wereld (vert. Keller 1880).pdf/225

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

— Gij begrijpt toch wel, dat het al te mooi is, dat de chef van een troep nooit slaat, zeide hij dikwijls, lachende.

— Gij zijt dus tevreden?

Of ik tevreden ben! Voor het eerst van mijn leven, sedert ik mijn land verlaten heb, verlang ik niet naar het ziekenhuis.

— Deze gunstige toestand prikkelde mijne eerzucht.

Toen wij Corbeil verlaten hadden, begaven we ons naar Montargis, welke stad in dezelfde richting lag als het dorp van vrouw Barberin.

Als ik moeder Barberin ging opzoeken, kweet ik mij tevens van mijn schuld; toch kon ik haar maar zeer weinig en lang niet voldoende mijn dank betuigen.

Als ik eens iets voor haar medebracht....

Nu ik rijk was, mocht ik haar ook wel een geschenk aanbieden.

Wat zou ik haar geven?

Lang zou ik niet behoeven te zoeken.

Eén ding zou haar overgelukkig maken, niet alleen voor het een koe, die de oogenblik, maar zelfs op haar ouden dag, plaats van de arme Roussette zou kunnen innemen.

Hoe blijde zou vrouw Barberin zijn als ik haar een koe gaf, maar welk een genot zou dit ook voor mij zijn! Vóór dat wij te Chavanon kwamen, zou ik een koe koopen en Mattia zou hem dan aan een touw het hek bij vrouw Barberin binnenleiden. Tenminste als Barberin er niet was. — Vrouw Barberin, zou Mattia zeggen, hier breng ik u een koe. — Een koe! gij vergist u, mijn jongen. — En zij zou zuchten. — Neen vrouwtje, ik vergis me niet, want gij zijt immers vrouw Barberin uit Chavanon? Welnu, bij vrouw Barberin heeft de prins (evenals in de sprookjes) gezegd, dat ik deze koe brengen moest. — Welke prins? — Ik zou dan te voorschijn komen en mij in de armen van mijn pleegmoeder werpen, en als we elkaar dan alles verteld hadden, zouden we pannekoeken gaan bakken, die wij drieën en niet Barberin zouden eten, zooals op dien Woensdag, toen hij teruggekomen was en onze pan omgeworpen en de boter door zijn uiensoep geroerd had.

Welk een heerlijke droom! Maar om dien te verwezenlijken moest ik een koe kunnen koopen.

Wat zou een koe wel kosten? Daar had ik volstrekt geen begrip van; zeker zeer duur, maar hoe duur dan wel?

Ik wilde geen heel groote en geen heel zware koe. Want in de eerste plaats, hoe zwaarder ze weegt, hoe duurder zij is en bovendien, hoe vetter een koe is, hoe meer zij eet, en ik wilde niet dat mijn geschenk vrouw Barberin in verlegenheid zou brengen.