Naar inhoud springen

Pagina:Malot, Alleen op de wereld (vert. Keller 1880).pdf/386

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

en aan de armen; een flanellen hemdje; witte wollen kousjes; gebreide witte schoentjes; een manteltje met een kap van wit cachemir met zijde gevoerd en fraai geborduurd.

„Gij hadt geen wollen luier aan, die tot dezelfde luiermand behoorde, want bij den commissaris van politie had men u eene andere aangedaan, een gewonen doek.

„Ik moet er ten slotte nog bijvoegen, dat geen van die kleeren gemerkt waren, maar de wollen luier en het hemdje moeten gemerkt zijn geweest, want de hoeken, waarop gewoonlijk het merk staat, waren afgeknipt, waaruit genoeg blijkt, dat men alle voorzorgen had genomen om nasporingen vruchteloos te maken.

„Ziedaar, lieve Rémi, alles wat ik u vertellen kan. Als gij meent die dingen noodig te hebben, schrijf mij dan maar; dan zal ik ze u zenden.

„Laat het u maar niet spijten, kindlief, dat gij mij de mooie presenten niet geven kunt, die gij mij hebt beloofd: de koe, waarvoor gij het geld uit uw mond gespaard hebt, is voor mij mooier dan het kostbaarste geschenk. Ik kan u tot mijn blijdschap zeggen, dat zij nog altijd gezond is; zij blijft evenveel melk, geven en door haar heb ik nu alles wat ik noodig heb en leef ik in overvloed. Zoo dikwijls ik ze zie, denk ik aan u en aan uw vriendje Mattia.

„Gij zult mij genoegen doen als gij weer eens iets van u laat hooren, dat het altijd iets goeds zal zijn. Gij zijt zoo lief en hartelijk; wat zoudt gij gelukkig zijn met eene familie, een vader, een moeder, broers en zusters, die u liefhadden, zooals gij verdient.

„Vaarwel, mijn lief kind; ik omhels u hartelijk in gedachten..

Uw pleegmoeder,
Weduwe Barberin."


Het slot van den brief deed mijn hart kloppen: arme vrouw Barberin! wat was zij goed voor mij. Dat was omdat zij mij liefhad en zij zich verbeeldde, dat iedereen mij moest liefhebben zooals zij.

— 't Is eene goede vrouw, zeide Mattia, zij heeft aan mij ook gedacht; maar al had zij mij vergeten, dan zou ik haar toch dankbaar zijn voor haar brief, met die uitvoerige beschrijving; die Driscoll moet zich nu niet vergissen als hij de kleeren opnoemt, die gij aanhadt, toen men u stal.

— Hij kan ze vergeten hebben.

— Zeg dat nu niet: zou men de kleeren kunnen vergeten van het kind, dat men verloren heeft, — want die zouden juist het eenige middel zijn om het terug te vinden.

— Zoolang mijn vader mij nog niet geantwoord heeft, moet gij niet zulke onderstellingen maken, als ik je verzoeken mag.